
In Memoriam: Pieter Bakker Schut
Hij wist dat hij niet lang meer had. "Maximaal drie jaar", zei hij tegen ons. We schrokken. We wisten niet eens dat hij ziek was. Maar hij haalde zijn schouders op. "Dat hoort bij het leven". En hij lachte. Het is maart en we hadden net een interview gedaan in het huiselijke advocatenkantoor aan de Prinsengracht. Afgelopen zaterdag overleed advocaat Pieter Bakker Schut, 66 jaar en geveld door kanker. Begonnen als sociaal advocaat, kreeg hij in de jaren zeventig bekendheid door verdachten van de Rote Armee Fraktion te verdedigen. Een klus, die hem niet alleen veel lof, maar vooral veel kritiek opleverde. Maar ook daarvoor haalde hij zijn schouders op.
"Domme boeven met een grote bek wijs ik de deur. Van die mannen die denken dat ze heel veel voorstellen en die onredelijke eisen hebben. Daar heb ik geen zin in. Er zijn verdachten waar ik misselijk van word en dan zorg ik dat ik er snel van afkom,'' zei hij een paar jaar geleden in NRC Handelsblad.
Terugkerend in zijn loopbaan is de strijd tegen het onrecht in het rechtssysteem: onderlinge deals, vriendjespolitiek en de in zijn ogen onterechte en door de Verenigde Staten ontketende war on drugs. Wars was hij ook van die televisie-advocaten. "U kent ze wel".
Mijn collega Jan Born en ik hebben hem de afgelopen maanden goed leren kennen. Het contact was –net als met zijn echtgenote Adèle van der Plas- altijd buitengewoon prettig. Ze verdedigden samen de Turk Huseyin Baybasin, die in 2002 tot levenslang werd veroordeeld. Overtuigd van diens onschuld en het bestaan van een complot om deze man kapot te maken, vocht Bakker Schut door ondanks zijn terminale ziekte. Want hij hoefde weliswaar niet, kon eigenlijk niet meer, maar nam de zaak uiterst serieus. "Een principekwestie".
Hij had de zaak Baybasin graag afgemaakt. Het was hem niet gegund.