
Frans en Danya
Gerechtshof Den Haag, hoger beroep zaak Van Anraat, gisteren. "Mijn moeder zei ons dat we de dekens over ons hoofd moesten trekken. Dan zagen we elkaar niet dood gaan". De zin gaat door merg en been. Het is muisstil in de zaal.
Twaalf jaar was ze indertijd. Danya Mohammad. Haar beschrijving van de
mosterdgasaanvallen op het Iraakse dorpje Halabja grijpt iedereen aan.
In de rechtszaal zit zelfs de tolk te huilen bij het zien van de
verschrikkelijke beelden. Een andere getuige weet zijn emotie niet te
onderdrukken. Hij geeft een schreeuw van innerlijke pijn.
Danya Mohammad spreek ik voor het eerst in 2005, bij de voorbereiding
van de reportages die we zouden brengen rond de zaak Van Anraat. Hij
wordt omschreven als "de handelsreiziger in de dood." Vele tonnen
Thiodyglicol, de grondstof voor mosterdgas, vonden via hem een weg naar
Irak. In haar woning in Deventer vertelt Danya haar verhaal. Over de
pijn, de mensen in haar omgeving die niet meer leven, de vlucht uit
haar dorp, uit haar land. Haar rechterlong is zwart en voor een groot
deel verwijderd. Aangevreten door het mosterdgas. En hier, gevlucht
naar Nederland, staat ze vandaag oog in oog met Frans van Anraat.
Ik kijk vanaf de perstribune naar hen beiden. Danya vertelt haar
verhaal van papier. Ze zit met haar rug naar de verdachte. Zichtbaar
geëmotioneerd. "De heer Van Anraat verkoos geld boven mensenlevens.
Daarvoor moet hij berecht worden." Ik kijk naar Van Anraat. Ik kan hem
niet in het gezicht kijken, dat laat hij ook niet toe. Aan de ene kant
lijkt alles van hem af te laten glijden. Maar tegelijkertijd kijkt hij
het gros van de tijd schuin naar beneden. Weg van de verdachte. Ik
probeer hem te begrijpen. Hij kan ook niet anders, je wilt dit zelf
overleven.
Frans van Anraat spreek ik voor het eerst in 2003. Samen met collega
Sistermans probeer ik hem over te halen tot een interview. We spreken
over Irak, over de Amerikanen, over zijn leveringen, over alles waar
hij niets van zegt te weten. Anderhalf uur lang in een Amsterdamse bar.
Van Anraat stemt toe. Hij wil graag zijn kant van het verhaal brengen.
Het interview begint met de verzuchting "Wat doen jullie me aan?" en
uiteindelijk zegt hij; "Als ik het niet had gedaan had een ander het
gedaan!". Het wordt wereldwijd uitgezonden.
Danya veegt haar tranen weg. Ze bedankt de rechter en vouwt haar
papieren op. Langzaam zie ik haar opstaan. Van Anraat is niet de enige
die het contact uit de weg gaat. Ze loopt vlak langs hem, kijkt enkel
naar het einde van de zaal. Hier geen kruisende blikken. Van Anraat
plukt een haartje van zijn broek.
Hij wou dat hij een deken had.
-----------------------------------------
Eind 2005 werd Van Anraat veroordeeld tot vijftien jaar celstraf, de
maximale straf, wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden in Iran en
Irak waar door gifgasaanvallen duizenden mensen zijn omgekomen. Een
veroordeling wegens volkerenmoord achtte het hof niet mogelijk, wegens
gebrek aan bewijs dat Van Anraat daadwerkelijk wist dat zijn
chemicaliën voor gifgas zouden worden gebruikt. Zowel Van Anraat als
het Openbaar Ministerie gingen in hoger beroep. Bovenstaande is een
kort verslag van een moment in de rechtszaal.Bekijk hier Danya's verhaal en dat van andere slachtoffersBekijk hier delen van het interview met Frans van Anraat