
Doe je voorzichtig, jongen?
Zijn er überhaupt regels waaraan een near death experience moet voldoen? Wanneer ontsnap je 'ternauwernood' aan de dood en wanneer heb je een klein beetje geluk gehad? Lastig. Vorige week ben ik met cameraman Roel van Hees in Libië geweest om verslag te doen van een land in revolutie. Dat was niet even in het vliegtuig stappen en naar Tripoli vliegen.
Nog los van het feit dat de meeste westerse journalisten daar net zo welkom zijn als de pest in een varkensschuur, is het vrij moeilijk om er heen te vliegen. Dus toen Roel en ik naar de tweede stad van het land wilden reizen –Benghazi, de stad die zich ten koste van veel mensenlevens zelf heeft bevrijd van Kadhafi- moest dat over land. En dat betekende naar Caïro vliegen en vandaar uit de 1200 kilometer lange autorit naar Benghazi afleggen. Dwars door de Noord-Afrikaanse woestijn. Een prachtige tocht overigens, die krijg je er zomaar gratis bij.
Journalistiek bedrijven in een oorlogsgebied is lang niet altijd gemakkelijk en ook niet altijd veilig. Veel mensen denken dat de kogels je voortdurend om de oren vliegen en dat iedere idioot die denkt dat jij zijn waarheid niet verkondigt jou de hersens wil inslaan. Soms is dat zo, zeker de mannen en vrouwen die verslag deden van de revolutie in Egypte kunnen je vertellen hoe bang ze soms waren en hoe ernstig de bedreigingen zijn geweest. Maar er zijn ook dagen dat je meedeelt in de vreugde van de bevolking, die van gekkigheid niet weten hoe ze hun vrijheid moeten vieren. En dat je je veilig waant. Natuurlijk, ik realiseer me ook wel dat het niet normaal is wanneer je niet meer schrikt van een ratelende mitrailleur twee straten verderop. Of wanneer je niet meer wakker wordt van luchtafweergeschut in de buurt van je hotel. Alles went, blijkbaar.
En daarom is het ook wel eens moeilijk om aan mensen uit te leggen dat de grootste bedreiging van je leven ook ergens anders vandaan kan komen. Van toevalligheden, van roekeloos gedrag van de mensen die je volgt. Ik zeg altijd: de reis naar een crisisgebied toe is vaak gevaarlijker dan er werken. De reis er naar toe gebeurt altijd in de haast. In ons geval 1200 kilometer, waarvan de helft door de lege woestijn. Zoals gezegd, prachtig, maar je moet wel je chauffeur in de gaten houden en hem af en toe een schop in zijn rugleuning verkopen. Wakker blijven graag. Slaap, de eeuwige vijand. Ik denk dat er meer journalisten worden uitgeschakeld door dit soort vermoeienis-brokken dan door geweld.
Een andere bedreiging is je eigen onvoorzichtigheid of onwetendheid. Vorige week vrijdag reden Roel, ik en tolk Ahmed vanuit Benghazi naar een munitiedepot op zo'n dertig kilometer buiten de stad. We wilden er opnamen maken van vrijwilligers die daar aan het trainen waren en hun spullen hadden opgeslagen. Het is altijd verbazingwekkend hoe makkelijk het is om overal te komen en doorheen te glippen in tijden van revolutie. Maar dit keer waren de mannen aan de poort onverbiddelijk: niet filmen, want daar werd Kadhafi alleen maar wijzer van. Dat begrepen wij natuurlijk ook wel. Maar toch jammer, we hadden graag een tijdje op het munitieterrein willen rondlopen.
Vier uur later werd het depot opgeblazen. Minstens 27 doden. Waarschijnlijk veroorzaakt door 'zich als revolutionair voordoende Kadhaff-getrouwen' (ik citeer een overlevende) die tijdens ons verblijf voor de poort explosieven in de munitiebunker hadden geplaatst en die later tot ontploffing hebben gebracht. Tja. Wat als wij vier uur later daar waren geweest? Wat als de Kadhafi-mannen de tent hadden willen opblazen toen wij er nog rondliepen. Je kunt er uren over nadenken, maar ik doe het niet eens. Is dat normaal, dokter?
En dokter? Is het normaal dat Roel, ik en Ahmed 's avonds, een paar uur na de ontploffing van het depot, daar weer rondlopen om te filmen en zonder ons al te ongerust te maken tussen complete partijen granaten (op scherp? of onscherp? weet ik veel), Kalasjnikovs en anti-tank munitie doorwandelen.
Is het normaal dat ik niet wegren wanneer een overlevende werknemer onbekommerd op een antitankgranaat begint te slaan. Tolk Ahmed heeft aangegeven dat hij over twee weken gaat trouwen en dan is het toch merkwaardig om te zien dat hij met zo'n granaat begint te zeulen. Waarom doet hij dat? Ik zeg er wel iets van ('is dat nou wel verstandig, jongen'), maar ik ren niet hard weg. Is dat normaal, dokter.
En dokter, is het normaal dat ik niet meteen wegren wanneer een enthousiaste omstander zijn negen millimeter pistool leegschiet naast de pick-up met dynamiet? Dat ik alleen maar teleurstelling voel over zoveel onvoorzichtigheid, maar niet meteen in mijn broek schijt.
Het is waar, oorlog verandert de manier waarop je risico's inschat. Maar misschien is dat ook wel de enige manier om überhaupt dit werk te doen. Want het is wel verdomd mooi werk, verslag doen van een revolutie. Ik kan het iedereen aanraden.