AVROTROS

De Frits(en) van IJsselstein

'O, zijn we er al?' Het regent als we uitstappen uit de sneltram die ons net vanuit Utrecht hier heeft afgeleverd. Met een lijstje namen en adressen in ons hand lopen we naar wat het kloppend hart van IJsselstein moet zijn: het historische centrum.

Vooralsnog zien de wijken waar we op uitkijken er Vinex-achtig uit. Precies het beeld dat ik had toen collega Josefin Hoenders en ik vertrokken vanuit Hilversum. Zo'n typisch Nederlandse plaats vol met eindeloze nieuwbouwwijken, zonder echte kern. Dacht ik.

Terwijl we langs het moderne gemeentehuis lopen zien we al snel een molen, die zowaar draait, een hobbelige keienweg doemt op met een gotische kerk waarvan de toren uitsteekt boven een lieflijk bruggetje. Dit ziet er toch al wat knusser uit. We lopen het centrum in met links en rechts gezellige winkels. Ligt het aan ons of kijken de mensen hier vriendelijker uit hun ogen?

De behulpzame dame achter de toonbank bij de VVV geeft ons een kaartje. Er schijnt een echt familiehotel te zijn in IJsselstein, via een kennis die hier woont hebben we tips gekregen. Er zitten verschillende makelaars, autodealers, uitzendbureaus, gezellige cafés en restaurants. Er is tot onze verbazing ook een voedselbank.

In hoeverre merken deze mensen iets van de crisis? Merken ze überhaupt iets? Zouden ze er voor voelen aan een serie mee te werken over een klein stadje in woelige economische tijden?

Want ook op onze redactie is de crisis hét onderwerp van gesprek. De grote vraag is: hoe maken we het nieuws minder abstract? Al die banken die overeind gehouden moeten worden met miljardeninjecties, de (massa) ontslagen, de bouw die klappen krijgt....het is dramatisch, maar nog steeds een ver-van-mijn-bed show voor de meeste mensen. Wat merkt de gewone man en vrouw van hetgeen met steeds vettere letters in krantenkoppen staat?

Vandaar dat we willen inzoomen op een gewone, doorsnee Nederlandse gemeente. Geen Velzen dus, waar de massa-ontslagen bij Corus voelbaar zijn. Maar een gemiddelde plek waar nog niet zoveel aan de hand is. Ons oog valt op IJsselstein: 30.000 inwoners, midden van het land, dorpse allure, stadse problemen, groot verenigingsleven, grote bedrijvigheid en niet onbelangrijk: IJsselsteiners zijn gewoon leuke mensen, is onze voorlopige conclusie na een dagje in de stad. Ze hebben iets bourgondisch en staan open voor onze ideeën.

Zo hebben we al na twee uur een rondleiding gehad in het plaatselijke hotel Epping, gepraat met verschillende makelaars, met iemand van het familiebedrijf Schilte, met een van de eigenaars van stadscafé De Ridder, waar we gelijk een kop koffie hebben gedronken met een intercedente die om de hoek zit. We hebben een broodje gegeten bij Brasserie 1560 waar we een heuse glossy zien liggen met de aansprekende naam: De FRITS. 'Goh, wie is die man?' vragen we aan de serveerster. Geamuseerd bladeren we door de 137 tellende glossy als parodie op glossy's van Bekende Nederlanders zoals de YOEP. Frits staat letterlijk op elke pagina. 'O, dat is Frits van boekhandel The Readshop. De FRITS was een idee-tje van vrienden en kennissen toen hij vijftig werd. Frits gaat hierin allerlei IJsselsteinse bedrijven langs. Een stukje teruglopen en je vindt zijn winkel.' De Eerste Enige Echte OndernemersGlossy, lees ik later in een artikel van de plaatselijke krant De Zenderstreek terug. Opbrengt is voor een goed doel.

Frits blijkt een aardig en ook markant figuur, zoals we er eigenlijk al meer die dag gesproken hebben. En: nog gaan tegenkomen in de volgende bezoeken. Neem bijvoorbeeld Bertus en Leny van de voedselbank, intercedente Johanneke, makelaar David of de broers Jos en John van het familiehotel. Het is mooi meegenomen dat in deze gemiddelde gemeente veel boven-gemiddeld leuke mensen rondlopen.

Oja: blader hierrr online de Frits door. En kijk eens op onze IJsselstein Vandaag site.