
"I can't be a princess because I am black"
NEW YORK - Deze week is het 40 jaar geleden dat Martin Luther King werd vermoord. Hij werd neergeschoten in 1968 in Memphis door James Earl Ray die daarvoor 99 jaar gevangenisstraf kreeg. King streed voor gelijke rechten voor blank en zwart in een tijd dat het ambt van predikant in de Baptisten kerk, wat King was, zo'n beetje het hoogste haalbare beroep was dat een zwart persoon kon bereiken. 40 jaar later is er een zwarte succesvolle presidentskandidaat. Maar dat is de kers op de taart van een samenleving die nog ver afstaat van de gelijkwaardigheid die King voor ogen had.
Een van de meest aansprekende en pijnlijke voorbeelden vind ik een acht minuten durende documentaire getiteld 'A girl like me'. Gemaakt door Kiri Davis, een middelbare scholiere. Zij herhaalde een onderzoek uit 1954 dat toen werd uitgevoerd door Kenneth Clark. Hij liet zwarte kinderen kiezen tussen een zwarte en een witte pop. Bijna allemaal kozen ze de witte pop als 'the nice doll'. Dit is het fragment van dit zelfde onderzoek maar dan in de documenaire van Davis in 2007:
Van de 21 kinderen die Davis de keus voorlegde, kozen er vijftien de witte pop als hun favoriet. Kiri Davis maakte haar korte documentaire omdat ze vanaf dat ze klein was ingeprent had gekregen dat ze nooit een prinses kon worden - toch zo'n beetje de ultieme droom van elk kleuter-meisje en een enkele kleuter-jongen. Omdat ze zwart was. En daarom kreeg ze ook een zwarte barbie. Terwijl ze altijd graag een blonde barbie wilde omdat ze die veel mooier vond.
Zie hier de hele documentaire waarin Davis onderzoek doet naar 'de standaarden die de maatschappij stelt voor een zwart meisje zoals zijzelf':
Ik was zo gefascineerd door deze documentaire dat ik naar de American-girl winkel ben gegaan hier in New York op Fifth Avenue. Dat is een enorme winkel met poppen. Niet zomaar poppen: het is de droom van menig kind en de nachtmerrie van menig ouder. Alle kleine Amerikaanse meisjes willen deze American girl-pop hebben, die het prototype van deze zelfde Amerikaanse meisjes moet vertegenwoordigen. Ze zijn er met namen als Mia, Molly, Kit of Samantha. En ze hebben allemaal een verhaal, een kledinglijn en een boek. Het grote idee erachter is dat je kunt lijken op je pop.
Dus je hebt bijvoorbeeld een pop met blond haar, een pop met iets bruiner haar, een pop met donker haar, een indianen-pop en een zwarte pop. Of althans een beetje caramel gekleurd. Ik vond haar in de afdeling 'geschiedenispoppen'. Ze heet Addy. En moet een slavenmeisje voorstellen midden in de burgeroorlog in 1864. Arme Addy heeft een vrij dramatisch verhaal: ze ontvlucht samen met haar moeder haar slavenbestaan om haar vader en broer te zoeken die zijn verkocht.
Addy leidt een vrij eenzaam bestaan op haar plank. Haar verkoop loopt niet echt lekker. Naast Felicity en Julie: blonde meisjes poppen die veel aandacht krijgen. Maar ja wat wil je ook met zo'n verhaal. Welk klein meisje vergelijkt zichzelf nou met een slaaf.
Achterin de enorme winkel is het een gedrang. Daar kan de pop naar de kapper. Serieus. Op afspraak. Er worden kapsters opgeleid om deze poppen-dames van een nieuw kapsel te voorzien onder toeziend ook van de jonge poppenmoeders en goedwillende ouders die daar twintig dollar voor moeten neertellen. Geen Addy te bekennen op de poppenkappersstoel. De meisjes die, als je het heel strikt zou nemen, een Addy zouden moeten hebben om op hun pop te lijken, hebben veelal een blonde Kailey of Nicki in de stoel zitten.
"Celebrating girls and all they can be" is de leus van deze zeer populaire poppenfabrikant. Volgens de website willen ze meisjes laten inzien dat ze alles kunnen worden wat ze willen. De verkoopsters zeggen het niet met zoveel woorden, maar de blanke poppen met blond en bruin haar verkopen toch het beste. Dat willen meisjes. Ongeacht hoe ze er zelf uitzien of welke huidskleur te hebben. In hun hoofd willen ze zo zijn. Net als een stereotype prinses.
Een vriendin tegen wie ik dit verhaal vertelde kwam met een heldhaftig verhaal van toen zij klein was, dertig jaar geleden. Ze kocht van haar zelfgespaarde geld een zwarte pop in de buurtwinkel. Zelf was ze hoogblond. Het werd een groot discussiepunt onder haar zesjarige vriendinnen. Hoe kon zij nou een zwarte pop kopen? Ze was toch niet zwart. Met hand en tand heeft ze haar pop verdedigd. Net zo lang totdat ze werd geaccepteerd tussen de blonde poppen van haar vriendinnen. Martin Luther King had trots kunnen zijn.