Nieuwstrend: run op schildkliermedicijn Thyrax Duotab
Er is een run op de Nederlandse apotheken voor het schildkliermedicijn Thyrax Duotab. Dat meldt brancheorganisatie KNMP. Oorzaak zijn berichten over een dreigend tekort aan dit medicijn, dat wordt gebruikt door patiënten bij wie de schildklier niet of onvoldoende werkt.
De fabrikant van het geneesmiddel, Aspen Pharma, heeft de productie verhuisd van het Brabantse Oss naar Duitsland, maar de productielijn voldoet nog niet aan alle eisen. Daardoor ontstaat er vanaf volgende maand al een tekort aan de laagste dosering van deze pillen. Voor de hogere doseringen ontstaat het tekort medio dit jaar.
Zo'n 350.000 Nederlanders gebruiken het medicijn dagelijks omdat hun schildklier te traag werkt. De schildklier maakt hormonen die belangrijk zijn voor alle weefsels in het lichaam. De patiënten moeten straks overschakelen op een vervangend medicijn. Dat kan problemen opleveren omdat de samenstelling vaak anders is en de dosering juist heel nauw luistert. Te denken valt aan psychische klachten, hartkloppingen, extra vermoeidheid en stofwisselingsproblemen.
De Groningse internist professor Bruce Wolffenbuttel, verbonden aan het UMCG, heeft berekend dat het tekort aan Thyrax-medicijnen minstens 20 miljoen euro gaat kosten. Alle patiënten die overschakelen moeten namelijk na 6 weken hun bloed testen. "Dat kost 20 euro per test, keer 350.000, dus 7 miljoen euro." Vervolgens moeten artsen nieuwe recepten uitschrijven, laboratorium-uitslagen controleren en de dosering bijstellen en moeten apotheken het afleveren.
Slecht nieuws voor de patiënten, zij moeten die kosten zelf betalen. Het medicijn valt onder het eigen risico van het basispakket. Daardoor is er grote onrust onder de patiënten ontstaan en zijn ze nu op grote schaal aan het hamsteren. Verwacht wordt dat het middel uiteindelijk 6 tot 9 maanden niet verkrijgbaar zal zijn.
De KNMP heeft een informatiekaart voor patiënten over de beschikbaarheid van Thyrax gemaakt.

Waarom veel mensen nog steeds niets doen aan asbest in hun dak, ondanks regelingen
Op minstens 400.000 oudere daken in ons land ligt nog steeds asbest. Voor huiseigenaren is het duur en ingewikkeld om dit gevaarlijke materiaal te verwijderen. Maar een overheidsfonds, speciaal voor mensen met een laag inkomen, wordt nauwelijks gebruikt.
Slechts twaalf keer maakten mensen aanspraak op het leningenfonds, waar tot en met 2028 ongeveer 9 miljoen euro inzit. De overheid wil de regeling nu verruimen voor alle particuliere dakeigenaren. Nu is het alleen bedoeld voor woningeigenaren met een laag inkomen of een beperkt vermogen.
Gevaar niet onderschat
Dat het fonds zo weinig wordt gebruikt, betekent niet dat mensen het gevaar ervan onderschatten, denkt hoogleraar publieke gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Lex Burdorf.
"Er is best veel aandacht voor de risico's. Bijna iedereen weet dat blootstelling eraan gevaarlijk is. Maar als je enkele duizenden euro's moet betalen voor het dak op je fietsenschuurtje, dat is voor veel mensen geen aantrekkelijke optie. Mensen hebben geen zin om het geld eraan uit te geven, of ze hebben het geld überhaupt niet", legt hij uit.
Sinds 1993 is er in Nederland een verbod op het gebruik van asbest. In 2005 ging een verbod in voor de hele Europese Unie. Toch bestaat er volgens de overheid nog zo'n 80 miljoen vierkante meter aan asbestdaken. Asbest veroorzaakt zo'n 1.000 tot 1.300 doden per jaar.
Hoe het eigenlijk komt dat er nog steeds asbest in daken zit, terwijl het al tientallen jaren verboden is? Hoogleraar Burdorf: "Het is een product dat op ontelbare plekken terecht is gekomen omdat het grootschalig is gebruikt. Vroeger was het goedkoop, veelvoorkomend bouwmateriaal. Dus het is niet zo gek dat het er nog steeds is."
'Ik ga hier geen geld voor lenen'
En het leningenfonds? "Het kan helpen, maar niet voor de vele tienduizenden schuurtjes die achter huizen staan en in volkstuintjes, omdat mensen dan denken: ik ga hier geen geld voor lenen." Want het is en blijft een lening, die je op termijn terug moet betalen.
Burdorf is dan ook sceptisch. "Maar misschien dat veel aandacht zal helpen omdat mensen zich realiseren dat ze dat dak toch maar eens moeten vervangen. Gemeenten hebben op hun website staan wanneer je dat zelf mag laten doen. En misschien, als mensen zich realiseren dat ze het zelf mogen doen, voelt de stap dan misschien ook wel kleiner."
'Breekt moeilijk af'
Of gewoon laten zitten die asbest? Dan is het niet gevaarlijk, toch? Die waarheid is volgens Burdorf 'beperkt houdbaar'. "Ook asbestcement verweert over de tijd. Het brokkelt af, er komen gaten in. De meeste asbest is na 40, 50 jaar zodanig verweerd dat de vezels uit het asbestcement kunnen vrijkomen en dat er dan risico's ontstaan."
"En asbest dat eenmaal in het milieu is, breekt moeilijk af", zegt de hoogleraar. "Daarom moeten we het ook zelf actief saneren." Wat Burdorf betreft is het het beste om te beginnen met het saneren van boerenschuren en andere grote gebouwen die met asbestcement zijn gebouwd. "Daarmee kun je vaart maken. Dan kun je daarna al die kleinere schuurtjes aanpakken."
'Geld kan snel op zijn'
Ondanks dat bouwen met asbest niet meer mag, is het hebben van een asbestdak niet verboden. Een voorstel daarvoor is vorig jaar door de Eerste Kamer verworpen. Er is voor mensen dus ook geen echte stimulans om dat aan te pakken, bevestigt Burdorf.
De gemeente Almere besloot om zelf op te gaan draaien voor de sanering van asbest. "Op zichzelf denk ik dat het een goed idee is", vertelt de hoogleraar, "maar de gemeente moet zich wel realiseren dat het om veel gebouwen kan gaan en dat het geld heel snel op kan zijn."