Gevaarlijke afdalingen, fans die over de weg rennen en onveilige hekken bij de finish. Wielrennen kent veel gevaren en daarom gaan de wielerparcours veel veranderen. Parcoursbouwer Herman Brinkhoff werpt een blik in de toekomst.

Al meer dan 40 jaar bouwt hij parcours voor wielerwedstrijden in Nederland zoals de BinckBank Tour en de NK's van 2018 en 2019. Door de toenemende ongelukken in de wielersport zullen de parcours in de toekomst op een andere manier moeten worden uitgezet, denkt Brinkhoff.

Rondjes rijden

Hij voorspelt dat er niet meer van A naar B gereden wordt, maar dat er de komende jaren meer 'in rondjes' gefietst gaat worden. Het parcours bestaat dan uit een route waar de start ook de finish is en er dus meerdere keren over dezelfde weg wordt gereden. Dat gebeurt nu ook al, maar dat zal in de toekomst alleen maar meer worden. De 72-jarige Brinkhoff ziet hier voordelen in. Zo kan je het kortere parcours beter beveiligen en heb je minder mankracht nodig, omdat het minder lang is.

Bij een kortere afstand kan het parcours met meer aandacht worden bekeken: "Je kan niet over 180 kilometer alle obstakels weghalen. Als het parcours korter is dan kan je gerichter een paaltje of een bloembak verwijderen." Wel is de overlast groter: "Soms is de weg wel 5 uur dicht."

Veel veranderd

De afgelopen tientallen jaren zag Brinkhoff de wielersport steeds onveiliger worden: "Het verkeer is veel drukker geworden. Ook is er minder begrip van toeschouwers en automobilisten. Verder zijn er veel meer obstakels op de weg. Het thema van veiligheid is wel altijd aan de orde geweest. Alleen de wegen liggen er nu totaal anders bij ten opzichte van 40 jaar geleden."

De afgelopen 2 maanden waren er veel ernstige ongelukken bij het wielrennen. Wielerteams doen daarom een oproep voor een onafhankelijke veiligheidsorganisaties die parcours gaat beoordelen. Brinkhoff vindt dat een goed idee: "Maar dan moet je er soms wel een, 2 of 3 jaar van tevoren bij zijn, want dan worden de parcours ontworpen."

audio-play
Edo Maas gold als een grote belofte in de wielersport, maar een val in een wedstrijd maakte hier een einde aan: hij hield er een dwarslaesie aan over. Ook nu ziet hij nog vergelijkbare ongelukken. Ogenschijnlijk lijkt er niets van zijn val geleerd.

Risico's nemen om te winnen

Maar er is ook iets veranderd in de sport zelf, ziet de 72-jarige parcoursbouwer. "De belangen zijn ook groter dan vroeger", zegt hij. "Dat zie je bijvoorbeeld bij het ongeluk met Fabio Jakobsen. Vroeger knepen renners in de remmen als ze bijna werden weggeduwd. Nu zet Jakobsen door en beland in de hekken. Daar kwam wel bij dat de beveiliging van de zijkanten daar niet op orde was."

Daarbij zijn er ook gewoon veel meer renners. "Deden er vroeger 100 renners mee aan de Tour, zijn het er nu 176."

Finish zonder obstakels

De parcoursbouwer zou in de toekomst graag zien dat de laatste kilometer veilig is. "Dat betekent zonder onverwachte obstakels. Het liefst bij een sprint de laatste 300 meter een rechte weg waarbij de weg steeds breder wordt." Brinkhoff erkent dat dat niet altijd haalbaar is: "Soms moet je consessies doen."

Zolang er wedstrijden gereden worden blijft het risico op ongelukken bestaan. "Als je het wedstrijdelement eruit haalt is het geen wielrennen meer." Toch kan het volgens Brinkhoff wel op een veilige manier als er goede afspraken worden gemaakt tussen organisatoren, renners, parcoursbouwers en gemeenten.

Luisteren

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.