Het grootste dierproefvrije onderzoek naar medicijnen dat ooit in Nederland is gedaan, begint vandaag in Utrecht. Vijf jaar lang moet de veiligheid van geneesmiddelen worden onderzocht, zonder dat er één dier aan te pas komt.

"Vanuit de overtuiging dat we met dierproeven niet altijd het juiste antwoord kunnen vinden op onze vragen, ben ik op zoek gegaan naar andere mogelijkheden", vertelt Cyrille Krul, lector Life Sciences en Chemistry aan de Hogeschool Utrecht. Samen met haar collega's van het RIVM en de Universiteit Utrecht bedacht ze daarom het project Virtual Human Platform.

Mini-organen

"Wat we hier in het laboratorium doen, is innovatieve modellen maken die de orgaansystemen van ons menselijk lichaam kunnen nabootsen", zegt Krul. Zo worden er in Utrecht mini-organen gekweekt, op basis van stamcellen. En met die organen worden bepaalde darmmodellen gemaakt, die weer kunnen aantonen hoe het lichaam op bepaalde medicatie reageert. "We hopen daarmee voorspellingen te doen maken, die we met dierproeven niet goed kunnen doen", zegt Cyrille Krul.

"We willen dus van bepaalde stoffen weten of ze wél opgenomen worden in de darmen en van bepaalde stoffen zeker weten dat ze juist niet worden opgenomen in de darmen. En daarom wil je dus heel graag die barrière van je darmwand nabootsten, zodat je dat kan onderzoeken." Van hieruit wordt uiteindelijk de stap gemaakt naar echt onderzoek doen wat er gebeurt als je een medicijn met een slokje water inneemt. "Maar door verschillende bestaande technologie aan elkaar te koppelen, willen we voorspellen wat er dan in een mensen gebeurt."

Een half miljoen dierproeven per jaar

Jaarlijks worden er in Nederland bijna een half miljoen dierproeven gedaan. Bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van vaccins, of medicijnen. Maar dierproeven worden niet zomaar ingezet. "Je mag alleen nog maar dierproeven gebruiken als er geen alternatieven zijn" zegt Judith Homberg, neurowetenschapper bij het Radboud UMC in Nijmegen. "Wij doen onderzoek naar gedrag en cognitie, en dat is een voorbeeld van een werkveld waar nog bijna geen alternatieven beschikbaar zijn."

Wie aan dierproeven denkt, denkt ook vaak aan bijvoorbeeld make-up. "Maar dat is eigenlijk al 20 jaar verboden, dus dat gebeurt absoluut niet meer. Dierproeven worden nu alleen nog maar ingezet voor belangrijke biomedische vragen", zegt Homberg.

"Een celsysteem kan geen gedrag vertonen"

Voor medicijnonderzoek wordt er nu gekeken naar alternatieven, onder andere met het 5-jarige onderzoek in Utrecht, maar dat kan straks niet op alle medische vakgebieden worden ingezet. Zo is het dierproefvrij werken in de neurowetenschappen bijvoorbeeld lastig. "Wij zijn geïnteresseerd in ziektes van het brein, bijvoorbeeld parkinson of depressies, en dat gaat over gedrag en cognitie. Een celsysteem kan dat nog niet vertonen", zegt Homberg.

Toch wordt er wel gekeken naar alternatieven. Zo worden er mini-hersentjes gemaakt en ontwikkelt. "Op dit moment zijn die vooral relevant bij onderzoek naar ontwikkelingsstoornissen. Maar ze missen wel een aantal elementen, zo hebben ze bijvoorbeeld geen bloedvaten. Een hersen zonder bloedvat kan niet functioneren als een volledig brein, waardoor het geen gedrag of cognitie kan aansturen."

Luisteren