Paul Rusesabagina, de 'held van Hotel Rwanda', heeft geen eerlijk proces gehad. Dat zegt oud-minister Jan Pronk, die het Afrikaanse land na de genocide in 1994 hielp een nieuw rechtssysteem op te zetten.

De hotelmanager, die in 1994 ruim 1.200 Tutsi's uit handen hield van Hutu-milities, dreigt op 20 september levenslang of voor minimaal 30 jaar in een Rwandese cel te belanden vanwege terrorisme.

'Verleen gratie bij veroordeling'

Volgens vrienden en familieleden is het een 'showproces' en zijn de aanklachten tegen Paul Rusesabagina verzonnen. "Hij zou hebben opgeroepen tot geweld, maar dat klopt helemaal niet", zei zijn dochter Carine Kanimba eerder tegen EenVandaag.

Ook mensenrechtenorganisaties spreken van een oneerlijk proces. En oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk sluit zich daarbij aan. "Ik roep de Rwandese president op Rusesabagina direct gratie te verlenen als hij veroordeeld wordt."

Ontvoerd

Rusesabagina, die na de genocide in België ging wonen en de Belgische nationaliteit kreeg, was aanvankelijk bondgenoot van de Rwandese president Kagame, maar hij keerde zich in de loop der jaren tegen hem en zijn politiek.

Vorig jaar zou hij een toespraak in Burundi houden, maar het vliegtuig landde in de Rwandese hoofdstad Kigali, waar hij direct in de boeien werd geslagen. "Hij is ontvoerd, dat is glashelder", zegt Pronk.

Beleid van Rwandese regering

Pronk gelooft niet dat Paul Rusesabagina een eerlijk proces heeft gehad. De vraag is of hij schuldig is aan geweldsmisdaden en wapenleveranties.

"Maar dat is naar mijn mening op geen enkele manier te bewijzen. Hij is gewoon, net als andere critici van de regering Kagame, opgepakt. Dat is momenteel het beleid dat de Rwandese regering voert."

Held van Hotel Rwanda Paul Rusesabagina

Genocide

In 1994 werden in Rwanda ongeveer 1 miljoen Tutsi's vermoord. Terwijl de internationale gemeenschap zich in die periode terugtrok, bood Hutu Paul Rusesabagina 1.200 mensen onderdak in het Hotel des Milles Collines, waar hij assistent manager was.

Jan Pronk was als minister van Ontwikkelingssamenwerking een van de eerste buitenlanders die de gevolgen van de genocide met eigen ogen zag. "De beelden staan onuitwisbaar op mijn netvlies. Mensen werden verminkt, verkracht en vermoord. De lichamen lagen overal. De genocide in Rwanda is het ergste wat ik heb gezien."

Juridische samenwerking

Pronk besefte dat de internationale gemeenschap gefaald had. Hij sprak deze schaamte ook uit op de eerste herdenking, een jaar na de genocide. Na de genocide verleende Pronk veel humanitaire en politieke steun aan president Kagame.

"De Nederlandse hulpverlening in de jaren 90 was mijn persoonlijke beslissing. Ik heb steun gegeven aan de opbouw van juridische samenwerking tussen Nederland en Rwanda. Daar was in die tijd gerechtvaardigd, er was geen rechter meer over, iedereen was vermoord."

audio-play
Bekijk hier de reportage over dit onderwerp

Dorpsrechtbanken

Volgens Pronk ging het de eerste jaren na de genocide goed met de wederopbouw van de rechtsstaat. Er werden dorpsrechtbanken opgezet, om moordenaars en verkrachters te berechten.

Ook werden Hutu's en Tutsi's met elkaar in contact gebracht om tot verzoening te komen en nieuwe slachtpartijen te voorkomen. Maar toen de dorpsrechtbanken stopten, ging het mis, zegt Pronk.

Totalitaire staat

"Toen is Rwanda zich tot een totalitaire staat gaan ontwikkelen. Sommigen noemen het een dictatuur. Er worden mensenrechten geschonden."

"Dat komt onder meer tot uitdrukking in het feit dat rechters worden benoemd door het bewind zelf. Er is geen onafhankelijke rechtspraak meer. En de processen zijn politieke processen geworden."

Geen meerderheid

In Nederland is politiek gezien geen meerderheid die zich wil inzetten voor Rusesabagina's zaak, zegt Pronk: "Maar ik vind dat Nederland dit best aan de kaak mag stellen, zeker gezien het verleden."

Nederland heeft volgens hem een hele goede naam in Rwanda. "Ik ben er altijd ontvangen als vriend."

'Onverantwoord dat Nederland Rwandezen uitlevert'

Pronk heeft niet alleen kritiek op de huidige rechtsstaat in Rwanda, maar ook op de Nederlandse. "We leveren mensen uit aan Rwanda op onvoldoende gronden. Dat is onverantwoord." Pronk wil dat Nederland daarmee stopt.

"Als je mensen wilt beschuldigen, breng ze dan voor de rechter in Nederland en lever ze niet uit aan een land waarvan je niet weet of de rechtstaat oké is. Er lijkt sprake van algemene luiheid van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst, red.) en van Nederlandse juridische instellingen die van mensen willen afkomen."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.