Een piepklein apparaatje in het hoofd waarmee blinde mensen weer kunnen zien. Tot kortgeleden klonk dit utopisch, maar inmiddels is de techniek zo ver dat het binnen een paar jaar realiteit kan worden.

Wat een leuke voorbereiding had moeten zijn op een klimvakantie in de bergen werd Hein Noortman 5 jaar geleden bijna fataal. Tijdens een oefendag in een hal viel de geroutineerde klimmer van 15 meter hoogte naar beneden; dat zijn zo'n 6 verdiepingen.

Blind door de val

"Ik brak ongeveer elk bot in mijn lichaam. Mijn rechtervoet was verbrijzeld, mijn knie, been, heup en schouder waren gebroken en mijn gezicht was naar achteren gedrukt door de impact van de val en moest gereconstrueerd worden."

Maar vooral één gevolg van het ongeluk kwam aan als een mokerslag, toen Hein na 5 weken in coma wakker werd en zijn ogen opende bleef alles zwart. "Ik kon niets zien, niet de artsen die om me heen stonden en niet mijn vrouw die ik naast het bed hoorde praten. Ik was blind geworden door de val."

'Zoek maar iemand anders'

De artsen vertelden Hein dat naast alle botbreuken zijn oogzenuw zodanig beschadigd was geraakt, dat hij niet meer kon zien. De schok was enorm. "Ik moest al alles opnieuw leren: praten, zitten, staan, lopen. Maar nu leefde ik ook nog in duisternis, zou nooit meer mijn vrouw of dochter kunnen zien. En ik zou bij elke handeling hulp nodig hebben."

Hein zei tegen zijn vrouw dat ze maar iemand anders moest zoeken, dat het met hem niet meer goed zou komen. Maar dat deed ze niet en Hein krabbelde langzaam op. "Ik ben wel iemand met veerkracht, iemand die wil doorgaan. En dat gevoel kwam gelukkig weer terug na verloop van tijd, de wil om mijn leven weer op te pakken, ook al zag dat er nu heel anders uit."

Hein met zijn vrouw
Bron: EenVandaag
Hein en zijn vrouw zijn nog altijd bij elkaar

Beperkte vorm van zicht

Hein werd geopereerd in het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam en heeft altijd contact gehouden met de betrokken neurochirurg. "Hij vertelde me op gegeven moment over het Nederlands Herseninstituut en het onderzoek van directeur Pieter Roelfsema."

In het Herseninstituut wordt onderzoek gedaan naar een miniprothese die mensen zoals Hein weer zicht kan geven. "Door een chip met draadjes aan te brengen in de hersenen kun je lichtsignalen overbrengen, en daardoor een beperkte vorm van zicht mogelijk maken", vertelt Pieter Roelfsema. Hij doet onderzoek naar hersenmechanismen, zoals de manier waarop we elektronische prikkels in zicht omzetten.

'Vergelijk het met matrixborden boven de snelweg'

"We zijn nu bezig met ruim 1.000 elektroden om visuele signalen op te wekken in de hersenen. Dat is nog steeds veel minder dan de circa 1 miljoen pixels die mensen met gewoon zicht hebben", zegt Roelfsema.

"Maar iemand die blind is kan met de hersenchip wel grove contouren herkennen, bijvoorbeeld auto's, de straat, deuren en muren. Vergelijk hun zicht met de pixels van matrixborden boven de snelweg."

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.

Bekijk ook

Inzamelingsactie

Hein Noortman wil dolgraag zo'n chip én hij heeft ambitieuze plannen. "Er moet nog heel veel gebeuren om van het lab naar de echte patiënt te komen, naar een product dat bruikbaar is en veilig geïmplanteerd kan worden."

Daarom besloot Hein geld op te halen om een prototype te laten ontwikkelen. "Er is zo'n 6 miljoen euro nodig, en dat is een hoop. Ik heb mijn agenda nu echt helemaal vrijgemaakt om me aan deze inzamelingsactie te wijden."

'Tijd en geld nodig'

Er is inderdaad een flink bedrag nodig, zegt ook onderzoeker Roelfsema. "De chip verder ontwikkelen en veilig maken voor gebruik bij mensen kost tijd en geld. Maar ook al krijgen we maar een deel binnen, we gaan er alles aan doen om deze chip verder te ontwikkelen."

Wereldwijd zijn er zo'n 40 miljoen mensen die blind zijn geworden gedurende hun leven, vertelt hij. "Hoe bijzonder zou het zijn als we hen of in ieder geval een deel van hen zouden kunnen helpen zodat ze weer zien?"

'Blindheid is de grootste remmer'

Pieter Roelfsema denkt binnen een paar jaar bij een groep van vijf of zes mensen een hersenchip te kunnen implanteren en die te testen op werking en veiligheid. "En over 5 jaar misschien al bij veertig of vijftig personen. Daarna kan het snel gaan."

Hein kan niet afwachten totdat de chip er is die hem enige vorm van zicht terug kan geven. "Ik hoef heus niet de allereerste te zijn die hem krijgt," zegt hij lachend, "maar bijvoorbeeld de tiende, dat zie ik zeker zitten. Het is voor mij echt heel belangrijk, ik heb heel veel obstakels overwonnen sinds het ongeluk, maar blindheid is de grootste remmer. Je kunt geen kant op in je eentje, het is zo belemmerend. Ik hoop dat ik niet hoef blijven leven in duisternis."

Bekijk ook