Den Haag begint een eigen integratietraject met taalles, maatschappelijke stages en een maatjesproject voor 1000 nieuwe Hagenaars. De stad richt zich op mensen die langer dan drie jaar in Nederland zijn om ze beter te laten aarden in de stad en werk te vinden. Den Haag trekt daarvoor zeven miljoen euro uit.

"Ik wil beter Nederlands leren spreken’’, zegt Abduzalim Alshikh Ali die zich heeft zich opgegeven voor de het nieuwe traject. In Syrië was hij in dienst als televisiejournalist bij Raqqa TV. In Den Haag wil hij werken als assistent dierenarts. Hij woont nu drie jaar in Nederland met zijn gezin. Zijn nieuwe Haagse 'maatje' is Frank Vos. "Ik ken Den Haag goed en wil mensen graag wegwijs maken’’, zegt hij. Vos wil Abduzalim bijvoorbeeld kennis laten maken met Haagse Harry:  een werkloze Hagenees in trainingspak met een enorme buik en een matje in zijn nek. Op de Grote Markt staat een standbeeld van de stripheld. "Of ik hem plat Haags bij kan brengen weet ik niet.’’ Hij wil het gezin ook meenemen naar de kinderboerderij in de Schilderswijk.

Niet iedereen zingt het volkslied tijdens de naturaliatieceremonie

Wethouder Rabin Baldewsingh (PvdA) leidt in de hofstad de naturalisatieceremonie. Tijdens een anderhalf uur durende plechtigheid krijgen nieuwkomers het Nederlanderschap. Aan het einde klinkt het volkslied, maar lang niet iedereen zingt mee. Het viel de wethouder op dat veel van deze nieuwe Nederlanders onze taal moeizaam spreken. Ook al zijn ze geslaagd voor de inburgeringscursus.  Na afloop delen medewerkers van de gemeente sinds kort folders uit om hier mensen te werven voor het nieuwe integratieproject. Den Haag gaat mensen integreren na de verplichte inburgeringscursus. Maar het traject is ook voor mensen die al jaren in Nederland wonen en de taal slecht spreken. 

‘Inburgeringsbeleid mislukt’

"Het Nederlandse inburgeringsbeleid is mislukt", stelt Baldewsingh (PvdA). "Door de extra stroom van nieuwkomers in en Den Haag en een verschraalde inburgering door rijksbeleid ontstaat een situatie waarin te veel nieuwe Hagenaars buiten de samenleving komen te staan.’’  Het overgrote deel van de nieuwkomers komt in de bijstand.

De Algemene Rekenkamer concludeerde vorig jaar al dat het inburgeringsbeleid tekort schoot. Sinds de invoering van de nieuwe wet Inburgering in 2014 daalde het aantal geslaagden van de inburgeringsexamens hard. Van de eerste groep nieuwkomers die onder die nieuwe wet viel, slaagde minder dan de helft binnen de maximale termijn van drie jaar. Nieuwkomers zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Ze moeten een taalschool zoeken en voor hun inburgeringscursus betalen.  Daarvoor kunnen ze een lening afsluiten van maximaal 10.000 euro bij de overheid.

Minder beroep op bijstand

Het Haagse initiatief is gratis: deelnemers krijgen 40 weken taalles en gaan op maatschappelijke stage. "Het project moet er toe leiden dan nieuwkomers minder beroep doen op de bijstand, meer vrijwilligerswerk doen en zich minder eenzaam voelen’’, staat in een handleiding van de nieuwe Haagse aanpak.

Han Entzinger, emeritus hoogleraar integratiestudies, is een van de vaders van het inburgeringstraject. Hij is positief over het Haagse initiatief. "De huidige inburgering kan sterk verbeterd worden’’, zet hij. "Als je onvoldoende de taal spreekt heb je factor drie tegen bij het vinden van werk. En de taal leer je vooral spreken als je werkt of contacten hebt met Nederlanders. Het beklijft minder als je alleen maar Nederlands leert spreken in de klas zoals nu gebeurt. Bovendien is het leren van de taal vercommercialiseerd en moet je er een lening voor afsluiten. Het zou weer op het bordje van de overheid moeten liggen.’’

Voor de zomer komt er een evaluatie van de wet Inburgering in de Tweede Kamer. Woensdag 7 februari is er een algemeen overleg over inburgering en integratie in de Kamer.

info
06-02-2018

Ondanks de aantrekkende economie steeg het aantal bijstandsontvangers tussen juni 2016 en juni 2017 met 12.000 tot 472.000. De toename komt volgens het CBS vooral voor rekening van statushouders, ex-asielzoekers met een verblijfsvergunning.

Ruim de helft van de huishoudens van mensen uit vluchtelinglanden had in 2016 een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Dit is ruim zes keer zo vaak als gemiddeld. Van de huishoudens met een Syrische migratieachtergrond had ruim drie kwart een laag inkomen; huishoudens met een Eritrese migratieachtergrond hadden met 83 procent het vaakst risico op armoede. Dit meldt het CBS in het rapport Armoede en sociale uitsluiting 2018.