De week van Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen is voor ons niet alleen de week van troonrede, miljoenennota en politiek wapengekletter. We hebben de afgelopen jaren een eigen traditie ontwikkeld: we onderzoeken hoe onze deelnemers denken over het kabinet en de ministers, en hoeveel vertrouwen kiezers hebben in de partijleiders van de partij waarop ze hebben gestemd.

En ja, dat zorgt natuurlijk voor lijstjes. Die kun je snel terzijde schuiven, maar de cijfers op die lijstjes en de indrukken en typeringen waar ze mee vergezeld gaan geven mijns inziens wel een goede typering van het vertrouwen (of het gebrek eraan) dat mensen op dit moment hebben in onze politieke leiders. 

Hieronder vat ik kort samen welke ministers het meeste vertrouwen krijgen en waarom, gevolgd door leiders van verschillende oppositiepartijen.

Torenhoog favoriet: Timmermans 

De plek is niet nieuw voor minister Timmermans, de cijfers wel: ook vorig jaar voerde de minister van Buitenlandse Zaken de ranglijst aan. Toen stond hij echter met 36 procent vertrouwen op de eerste plek, nu met maar liefst 74 procent – het dubbele. Waarom spreekt Timmermans zoveel kiezers aan, van vrijwel alle partijen?

Laten we allereerst natuurlijk die speech niet vergeten bij de VN-veiligheidsraad, na de vliegramp met MH17. Die wordt nog steeds veel genoemd. Verder zie ik veel woorden voorbijkomen als ‘Betrouwbaar, eerlijk, duidelijk, integer, deskundig’.

Deelnemers typeerden Timmermans als volgt: ‘Omdat hij de eerste minister sinds ik me kan herinneren is, waar ik een beetje trots op ben.

‘Vanwege zijn prestaties de afgelopen maanden, vooral sinds MH17. Hij was écht betrokken bij de ramp en de nabestaanden. Een sterk persoon. Zeker sterker dan de rest van de politici. Kan goed communiceren, internationaal erkend, diplomatieke verleden en spreekt zijn talen.’

Vakman Dijsselbloem

Jeroen Dijsselbloem staat op nummer twee. Met 55 procent vertrouwen is hij de enige minister waar een meerderheid van de deelnemers vertrouwen in heeft. Onze minister van Financiën wordt vooral gezien en omschreven als vakman. Met zijn duidelijkheid, sterke visie en deskundigheid wekt hij vertrouwen bij veel mensen. Ondanks dat hij soms iets meer medeleven zou kunnen tonen, iets minder afstandelijk mag zijn, waarderen deelnemers vooral zijn vastberadenheid en zijn lef om knopen door te hakken.

Deelnemers typeren Dijsselbloem als volgt: ‘Hij trekt zich niet veel aan van de aandacht die hij krijgt, zowel positief als negatief. Hij heeft een goede basis neergelegd voor een stabiele economie.’

‘Dijsselbloem maakt de economische situatie niet mooier dan dat hij is.’

De comeback van Rutte

De meest opvallende stijging is die van onze premier. Mark Rutte noteerde vorig jaar nog de 11e plaats. Als je zo weinig zichtbaar bent, zo weinig vertrouwen geniet, dan doe je als aanvoerder van de ploeg iets niet goed.

Een jaar later is er veel veranderd: Rutte noteert nu de derde plek met 44 procent vertrouwen - meer dan een verdubbeling. Ook hier speelt zijn optreden rond de vliegramp een rol, veel mensen waardeerden zijn aanpak. Maar daarnaast doet het hele kabinet het natuurlijk goed, en dat straalt ook op Rutte af.

‘Is zeker gegroeid in zijn rol als MP. Geen paniekvoetbal, goed gebekt, vitaal, representatief. Hij krijgt het voor elkaar veel partijen op een lijn te krijgen.’

‘Ik heb nauwelijks vertrouwen in Rutte, maar met de vliegtuigramp had ik respect voor hem.’

‘Een sluwe vos, die zich overal uit weet te kletsen.....dit is sterk zowel als zwak.’

Beluister hier het gesprek met premier Mark Rutte:

Hennis staat haar mannetje

Ja, sorry voor het cliché, maar in de duizenden reacties over deze minister wemelt het ervan: ‘vrouw met ballen’, ‘vrouw die haar mannetje staat’, ga zo maar door.

Ze is ook de enige vrouw in onze top-5, vorig jaar viel ze daar nog buiten. Hennis oogt volgens deelnemers sterk, daadkrachtig en ze heeft deskundigheid die ze ook uitspreekt.

Daarbij bezit ze dossierkennis, is ze volgens velen ‘integer’ en ‘zeer betrokken bij defensie in tijden van zware bezuinigingen’.

Dit wat mensen bijvoorbeeld over haar zeggen: ‘Zo lastig om een departement draaiende te houden en zoveel werknemers tevreden te houden, met al die bezuinigingen. Toch heeft ze zich de afgelopen jaren prima weten te redden.’

Asscher: rust

Nummer vijf dit jaar (36% vertrouwen) is vice-premier Lodewijk Asscher. Hij wordt door veel deelnemers gezien als een bescheiden, maar zeer bekwame politicus die weet waar hij het over heeft. Een woord dat veel genoemd wordt: rust.

‘Asscher blijft altijd rustig. Hij komt zeer deskundig over en schrikt er niet voor terug om impopulaire maatregelen te nemen of impopulaire uitspraken te doen. Het is een man die kan verbinden.’

Het is een vakkundige minister, maar ook een vakkundig vice-premier. Wat er ook gebeurt hij straalt altijd rust uit, is verbaal ook heel sterk, begrijpelijk en helder.’

Grootste daler: Ivo Opstelten

Het vertrouwen in de meeste ministers is dit jaar gestegen, soms verdubbeld. Uitzondering is de minister van Veiligheid en Justitie. Opstelten stond bij de start van het kabinet op nummer 1 in onze vertrouwenspeiling. Maar dit jaar vinden hem terug op plek 10, met 26% vertrouwen.

Waarom is hij in vergelijking met de andere ministers niet gestegen? Wat ik veel zie zijn opmerkingen over zijn communicatie, taalgebruik. Hij komt wollig, soms warrig over geven veel mensen aan, en sommige omschrijven hem verder als ‘ouderwets’. Niet iedereen vindt dat goed passen bij dit kabinet.

‘Ik vind het een man van teveel woorden en te weinig daden.’

‘Ik heb het gevoel dat hij zijn mening jaren geleden gevormd heeft, en zich niet druk maakt om de werkelijkheid. Ik kan de idealen waarderen, maar echte vraagstukken hebben antwoorden nodig, en niet alleen ideologie.’

De lijst met ministers*:

1. Timmermans (74 procent)

2. Dijsselbloem (55 procent)

3. Rutte (41 procent)

4. Hennis-Plasschaert (38 procent)

5. Asscher (36 procent)

6. Schultz van Haegen (32 procent)

7. Schippers (31 procent)

8. Bussemaker (28 procent)

9. Kamp (26 procent)

Opstelten (26 procent)

Ploumen (26 procent)

12. Plasterk (25 procent)

13. Blok (17 procent)

*Tussen haakjes het aantal respondenten dat aangeeft vertrouwen te hebben in deze minister

Partijleiders

Diederik Samsom: de rekening

Het is niet nieuw; PvdA-stemmers zijn ontevreden over dit kabinet en de rol van ‘hun’ partij daarin. Nog geen één op de vijf PvdA-stemmers in ons onderzoek ziet voldoende PvdA-gedachtegoed terug in het kabinetsbeleid.

Bij veel deelnemers uit de onvrede over het kabinetsbeleid zich richting partijleider Samsom. Hij krijgt 37 procent vertrouwen van zijn achterban – dat is heel weinig, de helft minder dan enige andere partijleider die we hebben onderzocht. De typeringen van PvdA-stemmers geven duidelijk aan waarom.

‘Samsom presteert minder dan ik had verwacht. Hij moet de inbreng van de PvdA bewaken en ik vind hem daarin nogal onzichtbaar. Hij bedoelt het goed, maar roept bij veel mensen steeds meer weerstand op.’

‘Hij had met meer partijen in het kabinet moeten stappen. Nu krijgt hij de rekening van iets wat toch een VVD-feest is geworden.’

Niet iedere PvdA-kiezer legt de verantwoordelijkheid bij Samsom: ‘Je kunt Samsom niet verwijten dat hij moet werken binnen een parlement met een rechtse meerderheid en VVD als grootste partij. Binnen die smalle marges doet hij zijn best en bereikt hij af en toe mooie dingen voor ons linkse mensen. Natuurlijk, het kan altijd beter, maar dan moet de kiezer hem meer macht geven.’

Beluister hier het gesprek met Diederik Samsom:

Pechtold: Oppositieleider houdt kabinet overeind

Voor het zoveelste jaar op rij is hij verkozen tot oppositieleider. Dat is niet nieuw voor Alexander Pechtold, maar dit jaar is het toch vrij saillant: zijn partij is immers sinds een jaar de grootste steunpilaar van het kabinet Rutte II.

En, kunnen we daaraan toevoegen, tot grote tevredenheid van zijn kiezers. Als we kijken naar de aangekondigde maatregelen (extra investeren in veiligheid, maar ook in vluchtelingen), naar vertrouwen in het kabinet, maar ook naar het geloof dat het kabinet daadwerkelijk een positieve invloed heeft op de economie, dan is te concluderen dat D66-kiezers het meest tevreden zijn met dit kabinet – meer zelfs dan de VVD-achterban, die extra steun voor vluchtelingen en asielzoekers niet voorstaat.

D66-kiezers vinden ook dat het Pechtold lukt een duidelijke stempel op het kabinetsbeleid te drukken.

‘Op deze manier kan D66 mee beslissen zonder verantwoordelijkheid te nemen', schrijft een kiezer. ‘Ze slaan een brug tussen PvdA en VVD, ze zitten eigenlijk niet in de oppositie. het kabinet is beter door de invloed van D66'. Dus misschien moet meneer Pechtold wel heel blij zijn als dit kabinet nog even blijft.

De D66-voorman reageerde op deze uitslagen met de kwinkslag dat dit hem in elk geval die lange ministerraadsvergaderingen bespaart.

Beluister hier het gesprek met Alexander Pechtold, Kees van der Staaij en Arie Slob:

Buma: voorzichtig vooruit

De runner-up voor oppositieleider en de man die het lijkt te lukken die partij heel langzaam meer zetels te laten krijgen. Deze zomer baarde Sybrand Buma enig opzien met uitspraken over het straffen van het verheerlijken van geweld, en de oproep tot economische onafhankelijkheid van Rusland.

Maar over de koers ten opzichte van het kabinet is de CDA achterban wel tevreden. Er hoeft niet meer samengewerkt te worden dan nu - en dat is dus vrijwel niet.

‘Zolang ze goed uitleggen waarom ze niet meestemmen met het kabinet, doen ze het prima’, schrijft een kiezer.

Waar wel langzaam vraagtekens over beginnen te ontstaan is de daadkracht van het CDA. ‘Krijgen ‘we’ nog wel dingen voor elkaar, zo bijna als oppositiepartij alleen’ vraagt een kiezer zich af.

En wat ik tenslotte veel zie terugkomen: mensen waarschuwen dat het nu goed gaat, maar dat de partij moet oppassen niet teveel naar rechts te schuiven. 'We moeten blijven deel uitmaken van het politieke midden'.

Roemer: het kan feller!

Het is rustig binnen de SP, kiezers zijn dan ook redelijk tevreden. Als we naar de honderden reacties van SP-kiezers kijken valt één woord meteen op: 'onzichtbaar(heid)'.

Alleen op het gebied van de zorg zien kiezers ‘een beetje tegengeluid, verder eigenlijk niet’. Een SP-kiezer schrijft: 'Een feller tegengeluid zou nu wel eens welkom zijn. Roemer is te zachtzinnig in zijn opstelling tegen de plannen van het kabinet'.

Iemand anders: 'Ze doen het nog wel goed voor een partij die eigenlijk gewoon buiten spel staat.'

Wilders: wie luistert er nog?

Voor Wilders geen verrassingen deze Prinsjesdag: zijn partij heeft de ‘minder, minder’ uitspraken achter zich gelaten en de PVV-achterban is tevreden over zijn leider en de ramkoers die de partij vaart ten opzichte van het kabinetsbeleid.

Kiezers zeggen dat Wilders vooral de vinger op de gevoelige plek weet te leggen, 'waar andere partijen hun kop in het zand steken'. En dan doelen ze vooral op punten als criminialiteit en integratie.

Veel bewondering voor Wilders alom dus, maar ik zie wel een kritische noot die ik toch wil benoemen. Een PVV kiezer schreef bijvoorbeeld: 'Hij durft risico te nemen in vergelijking met andere politici, maar soms ietsje te veel'. En 'hij moet oppassen dat hij niet de extremen gaat opzoeken. Het blijft politiek, straks luistert en niemand meer naar hem'.

Beluister hier het gesprek met Geert Wilders, Emiel Roemer en Sybrand Buma: