Het rapportcijfer voor het kabinet Balkenende IV is tot een dieptepunt gedaald. De ministersploeg van Balkenende kreeg bij het aantreden in februari 2007 nog een 5,9. Dat cijfer is nu een punt lager: 4,9. Dit blijkt uit de jaarlijkse Prinsjesdag-enquete onder 21.500 deelnemers aan het EénVandaag Opiniepanel . Ruim driekwart (77 procent) van de deelnemers verwijt het kabinet gebrek aan daadkracht. 72 Procent stelt dat het kabinet ‘het oplossen van de problemen in Nederland teveel voor zich uit schuift’.

Ook de rapportcijfers voor de belangrijkste ministers zijn gedaald. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) kreeg vlak na zijn aantreden nog het cijfer 6,0 maar noteert nu het rapportcijfer 4,8. Jan Peter Balkenende begon met een 5,6 en noteert nu een 5. Wouter Bos (Financiën) daalt van een 5,0 naar een 4,7.  Minister-president Balkenende geniet samen met Ronald Plasterk (Onderwijs) het meeste vertrouwen. Beiden krijgen 22 procent. Minister Eurlings (Verkeer) staat op de derde plaats met 17 procent, Wouter Bos (Financiën) staat vierde (15 procent). Bos en Balkenende staan beiden ook hoog als het gaat om het minste vertrouwen: Bos staat eerste, Balkende derde. Verder is er ontevredenheid over het economische beleid van het kabinet. 58 Procent van de deelnemers zegt dat ze er door het kabinetsbeleid financieel op achteruit zijn gegaan. Volgens de helft (49 procent) heeft het kabinetsbeleid ook geen gunstige invloed op de Nederlandse economie. 10 Procent zegt dat dat wel het geval is . 

Ministers met meeste vertrouwen:

1.             Balkenende (22 procent)

2.             Plasterk (22 procent)

3.             Eurlings (17 procent)

4.             Bos (15 procent)

5.             Verhagen (15 procent) 

Ministers met minste vertrouwen:

1.             Bos (39 procent)

2.             Vogelaar (31 procent)

3.             Balkenende (30 procent)

4.             Rouvoet (19 procent)

5.             Donner (18 procent)