Veel leraren in het basisonderwijs zijn voorstander van een verplicht systeem om incidenten op school te registreren. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag en CNV Onderwijs onder ruim 1100 leraren en leidinggevenden in het primair onderwijs. 

Driekwart (77%) van de deelnemers aan het onderzoek is voor het invoeren van zo’n incidentenmonitor. Met dit systeem houdt het schoolbestuur of een vertrouwenspersoon bij welk incident wanneer en op welke plaats gebeurt. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om pesten, bedreigen of fysiek geweld door leerlingen of hun ouders.

Ouders kiezen partij voor kind

De ondervraagde groep heeft regelmatig te maken met incidenten met ouders. Bijna allemaal maken ze mee dat ouders partij kiezen voor hun kind of ervaren ze desinteresse. Ook maken ze regelmatig mee dat hun deskundigheid in twijfel getrokken wordt of krijgen ze een grote mond van een ouder. Eenderde (37%) van de leraren in het onderzoek  heeft in de afgelopen twee jaar te maken gehad met dreigementen van ouders. Fysieke agressie naar de leraar toe komt incidenteel voor. Tientallen leraren die meededen aan het onderzoek zeggen dat ze wel eens een duw of een tik van een ouder gehad hebben.

Overeenkomst met ouders

Tweederde (71%) van de ondervraagde leraren en leidinggevenden is voorstander van een school- ouder convenant. In zo’n overeenkomst wordt vooraf vastgelegd wat de ouder van de school kan verwachten en wat de school van de ouders verwacht. Voorstanders vinden het goed dat er iets is om op terug te vallen bij een verschil van mening. Tegenstanders vragen zich af wat de gevolgen zijn als de afspraken niet worden nagekomen.

EenVandaag peilde al eerder, in 2011, het draagvlak voor een incidentenmonitor onder een groep mensen die werkzaam was in het voortgezet onderwijs. Ook toen was een grote meerderheid (72%) voor invoering. Een wetsvoorstel hiertoe werd later weer ingetrokken.

Over het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd door het EenVandaag Opiniepanel onder de leden van CNV Onderwijs. Er deden 956 leraren en 187 schoolleiders uit  het basisonderwijs mee. Het onderzoek is uitgevoerd van 1 tot en met 5 oktober.

Download