Begin dit jaar werden op veilingen in het buitenland 25 privé-kunstwerken van de Oranjes verkocht. Daar ontstond ophef over: politici en musea zagen liever dat de stukken in Nederland bleven. EenVandaag onderzocht hoe mensen in het land hierover denken.

De veiling leverde de koninklijke familie zo'n 3,5 miljoen euro op. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) mocht de koninklijke familie de werken volgens de wet vrij veilen. Maar of het uit principe moet kunnen? Daar zijn de ondervraagden sterk verdeeld over: 44 procent vindt het wel kunnen, 45 procent niet.

'Kunst van ons allemaal'

Regeringspartij D66 riep premier Rutte op om de koninklijke familie aan te spreken op de veiling van de kunstwerken. De partij vond dat de werken in Nederland moeten blijven. Ook diverse Nederlandse musea waren niet blij met de veiling.

Lees ook

Bijna driekwart (73 procent) van de ondervraagden is het daarmee eens. Zij vinden dat de kunst van de Oranjes aan Nederlandse musea moet worden aangeboden als de familie er vanaf wil.

'Beetje van ons allemaal'

Veel mensen vinden dat de kunst in Nederland moet blijven, omdat het koningshuis betaald wordt met belastinggeld. "Deze stukken zijn ooit betaald door de belastingbetaler en zijn dan ook een beetje van ons allemaal", zegt een ondervraagde uit het onderzoek.

Anderen zijn bang dat de werken nooit meer te zien zijn in Nederland. "Dit is prachtig Nederlands erfgoed, dat nu in buitenlandse handen is en niet meer terugkomt", zegt een panellid.

De kennis over het koningshuis testen? Doe de quiz op ons Instagram-kanaal:

Bekijk de inhoud op Instagram

Over dit onderzoek

Aan het onderzoek, gehouden van 15 tot en met 26 april, deden 23.719 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Panelleden krijgen ongeveer één keer per week een uitnodiging om aan een peiling mee te doen. Op de meeste onderzoeken respondeert 50 tot 70 procent van de panelleden.

Lees ook