Een meerderheid (58 %) vindt het een slechte zaak dat Ronald Plasterk niet is opgestapt naar aanleiding van de zaak rond de verzameling van 1,8 miljoen gegevens over telefoonverkeer. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 5600 leden van het Opiniepanel.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overleefde gisteren een motie van wantrouwen. Een derde (30%) steunt zijn beslissing om aan te blijven wel.

De PvdA begrijpt niet dat de motie is ingediend. Het steekt hen vooral dat D66 de initiatiefnemer was. Veel deelnemers vinden echter dat D66, ondanks dat zij op diverse punten samenwerken met het kabinet, deze motie gewoon kan indienen. Driekwart (76%) vindt de irritatie van de PvdA onterecht.

Onbegrip

Uit gegevens van klokkenluider Edward Snowden bleek vorig jaar dat de Amerikaanse geheime dienst in het bezit was van 1,8 miljoen sets metadata van telefoonverkeer. Plasterk wist destijds niet zeker wie de telefoongegevens had verzameld en waar. Om de onduidelijkheid weg te nemen heeft hij desondanks aangegeven dat de Amerikanen de gegevens hebben verzameld. Een ruime meerderheid (84%) heeft geen begrip voor Plasterks beslissing om in oktober 2013 deze niet onderbouwde uitspraken te doen. Ook de achterban van zijn eigen partij, de PvdA, vindt dat hij dat niet had moeten doen (61%).

Vertrouwen Plasterk gedaald

Bij de start van het kabinet Rutte II in 2012 had een meerderheid van 52 procent van de panelleden vertrouwen in Ronald Plasterk als minister. Nu is dit gedaald tot 22 procent. In het kabinet als geheel heeft 18 procent van de deelnemers vertrouwen.

Over dit onderzoek

Aan het onderzoek deden 5600 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats op 12 februari 2014. Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Voor dit onderzoek zijn 20.000 mensen uitgenodigd. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de peilingen onder het EenVandaag Opiniepanel zijn na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2012. Panelleden krijgen ongeveer één keer per week een uitnodiging om aan een peiling mee te doen. Op de meeste onderzoeken respondeert 60 tot 70 procent van de panelleden.

Download