De stemmers op de 50Plus partij van Jan Nagel zijn verdeeld over de vraag of hun partij in de Eerste Kamer moet meestemmen met het kabinet. De grootste groep van 45 procent is er wel voor om steun te verlenen aan de kabinetsvoorstellen. 38 procent is hier tegen. Dat blijkt uit vandaag gehouden onderzoek van EenVandaag onder 14000 kiezers, waaronder 300 50Plus stemmers.

De 50Plus aanhang stemde bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 zowel op rechtse als op linkse partijen. Veel ouderen stemden helemaal niet. De 50Plus-stemmers vinden het belangrijk om voor hun eigen belangen op te komen. Ze willen niet door jongeren geregeerd worden. ‘We hebben hard gewerkt en willen niet weggezet worden als profiteurs’, aldus één van de ondervraagden.

Vertrouwen in kabinet stabiel

Dat het kabinet mogelijk geen meerderheid in de Eerste Kamer krijgt heeft geen invloed op het vertrouwen in de ministersploeg. In januari 2011 was het vertrouwen in het kabinet Rutte van alle kiezers gemiddeld 44 procent. Nu is dat 46 procent.

Ruim tweederde (69 procent) van de deelnemers aan het onderzoek vindt het niet nodig dat het kabinet opstapt als het geen meerderheid in de Eerste Kamer krijgt. Alleen SP-stemmers zijn hier in meerderheid (50 procent) voor.

Steun voor Koppejan

In hetzelfde onderzoek werd aan 1000 CDA-stemmers de vraag voorgelegd of zij vinden dat het CDA na het verlies bij de Provinciale Statenverkiezingen moet opschuiven naar het politieke midden, zoals Ad Koppejan vandaag betoogde. 42 procent ziet de partij graag een middenkoers varen. 40 procent vindt dat het CDA door moet gaan op de huidige weg.

Over het onderzoek

Aan het onderzoek deden 14.000 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats op 3 maart 2011.

Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 40.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de peilingen onder het EenVandaag Opiniepanel zijn na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2010.

Panelleden krijgen ongeveer een keer per week een uitnodiging om aan een peiling mee te doen. Op de meeste onderzoeken respondeert 60 tot 70 procent van de panelleden.