Vier op de tien (41%) middelbare scholieren stellen dat er te veel leerlingen in hun basisklas zitten om goed onderwijs te krijgen. Van de leerlingen waarvan de basisklas bestaat uit 27 leerlingen of meer, geeft zes op de tien (59%) aan dat deze klas te groot is om nog goed onderwijs te krijgen. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag samen met Scholieren.com onder 821 middelbare scholieren.

82 Procent wil dat de overheid een grens stelt aan het aantal leerlingen per klas. De meeste deelnemers noemen 25 leerlingen als bovengrens.

Uit de open reacties blijkt dat scholieren hun klas vooral als te groot ervaren omdat er geen ruimte is voor individuele aandacht: er is geen ruimte voor extra uitleg of vragen over de lesstof. Zoals een leerling het verwoordt: 'De grootte van een klas heeft zeker invloed op de kwaliteit van het onderwijs!

'Je krijgt minder aandacht van de leraar, je wordt niet geholpen als je onvoldoende de stof beheerst, zwakke leerlingen vertragen de lessen voor andere leerlingen en leraren kennen leerlingen amper persoonlijk. Sommigen weten niet eens de naam van sommige leerlingen.'

Van de ruim 800 scholieren geeft 35 procent aan dat hun stamklas groter is dan vorig schooljaar.

Prestaties omhoog

Tweederde (65%) van alle leerlingen denkt dat hun prestaties beter worden als ze met minder leerlingen in een klas zouden zitten. Een deelnemer: 

'Bij grote klassen is de aandacht voor het individu minimaal. Ik merk dat duidelijk in mijn cijfers.'

Leerlingen die in grotere klassen zitten geven aan vaker afgeleid te zijn en zeggen dat ze minder betrokken worden bij de lessen dan leerlingen in een kleinere klas. Ze geven zelf aan dat dit vooral komt door de grootte van hun klas.

Wettelijk maximum

De Leraren in Actie (LIA) wil dat de overheid een maximum stelt aan de klassengrootte. Hun burgerinitiatief om dit op de agenda te zetten in de Tweede Kamer heeft inmiddels bijna de benodigde 40.000 handtekeningen binnen. Jasper van Dijk van de SP zegt vanavond in EenVandaag te werken aan een wetsvoorstel om een maximum te stellen aan het aantal leerlingen per klas.

Staatssecretaris Dekker laat in een eerste reactie weten: 'Scholen krijgen voldoende geld om tot klassen te komen van acceptabele omvang'. Hij moedigt leerlingen aan om het zelf aan te geven als ze niet goed kunnen leren omdat hun klas te groot is. 'Want in zo'n geval kan de Inspectie van het onderwijs altijd optreden.' Hij is niet voor een wettelijk maximum. 'Ik voel er niets voor om vanuit Den Haag een bovengrens vast te stellen aan het aantal leerlingen in een klas. Iedere groep en iedere docent is anders en ik wil daarbij scholen juist aanmoedigen om te innoveren met lesvormen.' Lees hier zijn uitgebreide reactie.

Krappe lesruimtes

Een kwart van alle scholieren (24%) geeft aan dat de lesruimtes op school over het algemeen te klein zijn voor het aantal leerlingen in de klas. 'Bij geschiedenis hadden we vorig jaar 2 leerlingen teveel om in de klas te zitten, waardoor de lerares eerst 10 minuten bezig was om voldoende tafels en stoelen te verzamelen, soms kon er zelfs geen tafel worden gevonden', zegt een scholier. Bij driekwart (75%) is het ruim genoeg.

Ruim een derde (35%) geeft daarnaast aan dat de meeste lokalen te warm en benauwd zijn. 'Bij ons zijn de lokalen muf en warm. Niet leuk! In de medezeggenschapsraad hebben we het daarover gehad, dat de luchtkwaliteit slecht zou zijn. Er wordt wel op gecontroleerd, maar dan worden de normen steeds bijgesteld. Tja, zo wordt er natuurlijk nooit iets aan gedaan...'

Over dit onderzoek

Het 1V Jongerenpanel, onderdeel van tv-programma EenVandaag, bestaat uit ruim 5.000 jongeren van 12 tot en met 24 jaar. Aan dit online onderzoek, gehouden van 5 tot 12 november 2013, deden 821 scholieren mee. Hiervan zitten er 471 in een stamklas van 27 leerlingen of meer.

De uitslag is na weging representatief voor drie variabelen, namelijk leeftijd, geslacht en spreiding over het land. Het onderzoek is tot stand gekomen met input van de AOb.

Download