Het Openbaar Ministerie hoopt met het megaproces tegen Willem Holleeder voorgoed af te rekenen met de mythe rond de topcrimineel.

Tijdens de eerste zitting schetst het Openbaar Ministerie hoe Willem Holleeder na zijn vrijlating in 2012 aan zijn imago schaafde van ‘knuffelcrimineel’. Van BN’ers die met hem op de foto willen tot een eerst bejubeld en daarna verguisde aflevering van Collegetour. Een getuige in het dossier noemde hem ‘naast kaas, het meest bekende product van Nederland’.

‘Vaststellen wie leven van dierbaren heeft genomen'

Officier van Justitie Sabine Tammes: “Maar er is niets knuffelig aan de zaken die hier de revue passeren. Het zal wat ons betreft de komende tijd gaan om de demythologisering van de verdachte."
 
Tammes stelt dat het draait om ‘groot onrecht dat is geschied’ "Waarvan betrokkenen nog steeds last hebben. Het zou mooi zijn als komt vast te staan wie heeft besloten het leven van hun dierbaren te nemen.”

Hoewel het OM vindt dat het verhaal van de zussen Holleeder vooral thuishoort in de rechtszaal, blijft justitie pal achter ze staan. "Ze voelden dat ze niet meer anders konden, halt toe roepen. geen financieel motief, geen jacht op geld. Niet moedwillig kapot maken. Maar juist een innerlijke strijd, ondanks de liefde die ze voelt om te blijven verklaren."

Advocaten: Holleeder had helemaal geen spilfunctie

Volgens de advocaten van Holleeder, Sander Janssen en Robert Malewicz, is het dossier dat het OM heeft opgebouwd grotendeels gepasseerd op ‘veronderstellingen’. Janssen: “Die verdenking wordt gevormd door het veronderstelde motief en de veronderstelde verhouding die Holleeder met het slachtoffer had”. 

Holleeder krijgt volgens de advocaten onterecht de rol spilfiguur toebedeeld terwijl hier helemaal geen sprake van is. Zo zou een in 2004 opgesteld schema van de hoofdstedelijke recherche ook aantonen. In dat schema werd Holleeder een rol toegekend aan de flanken van het veld, stelt Janssen. “De figuur Holleeder kreeg geen enkele rol van betekenis toebedeeld. Hij mocht niet meedoen met de grote jongens,” aldus de advocaat vanochtend in de rechtszaal.  

Daarnaast verzetten ze zich tegen de, volgens hen, leugenachtige verklaringen van de zussen. "Wij zullen aantonen dat door deze getuigen is gelogen over de erfenis van Cor van Hout, die zij tot het hart van hun beschuldigingen hebben gemaakt. Hun weergave van hun verhouding met Holleeder is niet waar, net als hun beschuldiging voor het opdracht geven van liquidaties." 

Vijf onderwereldmoorden, zes slachtoffers

Vandaag was de aftrap van het proces tegen de bijna zestig jaar oude Willem Holleeder. Tot de zomer zijn in ieder geval zestig zittingen gepland, naar verwachting zal het nog een veelvoud worden van dit aantal.

De zaak Holleeder draait om een serie onderwereldmoorden in het Amsterdamse criminele milieu in de jaren 2002-2006. De biecht van kroongetuige Fred Ros was aanleiding tot de aanhouding van Holleeder in december 2014. Met de verklaringen van de zussen Astrid en Sonja Holleeder en zijn ex-partner Sandra den Hartog heeft het OM de zaak verder kunnen optuigen. 

Op de tenlastelegging staan nu vijf liquidaties waarbij zes personen zijn omgekomen. Het gaat om jeugdvriend en mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout (24 januari 2003), notenhandelaar Robert ter Haak (24 januari 2003), vastgoedmagnaat Willem Endstra (17 mei 2004), hasjhandelaar Kees Houtman (2 november 2005), crimineel John Mieremet (2 november 2005) en de criminele kroegbaas Thomas van der Bijl (20 april 2006). Ook verdenkt het OM het van twee niet voltooide levensdelicten, waaronder de aanslag op John Mieremet in 2002.

Hier zijn de pleitnotities van de eerste zitting te lezen.