Een groot deel van de ontuchtplegers krijgt een (deels) voorwaardelijke celstraf of een taakstaf en belandt daarom vaak niet in de gevangenis. Terwijl ze wel zwaarder gestraft kunnen worden. Rechters maken onvoldoende gebruik van middelen die ze hebben om ontuchtplegers een hogere straf op te leggen.

Dat zegt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Geweld tegen Kinderen, Corinne Dettmeijer. Zij bestudeerde bijna tweehonderd vonnissen van ontucht bij minderjarigen. Ze concludeert niet alleen dat er relatief laag wordt gestraft, ook lopen de opgelegde straffen erg uiteen. 

Voornamelijk mannelijke pleger belandt vaak niet in cel

Het onderzoek van de Nationaal Rapporteur volgt op een rapport eerder dit jaar waarin werd gekeken wie de daders zijn van ontucht. Hieruit bleek dat de dader vaak een bekende is van het slachtoffer. Het gaat vaak om familie of een kennis. Slachtoffers zijn veelal meisjes.

Vrouwelijke plegers zijn een zeldzaamheid, het gaat voornamelijk om mannelijke (97%), volwassen plegers. In 36 procent van de zaken krijgen zij een geheel voorwaardelijke celstraf opgelegd, wat in feite betekent dat iemand niet de gevangenis in hoeft. Een klein gedeelte (6%) kreeg alleen een taakstraf. Vaak gaan deze straffen gepaard met bijzondere voorwaarden: zoals een behandeling bij een kliniek. 

Bij 41 procent gaat het om een deels voorwaardelijke straf. In 22 zaken kreeg de dader een geheel onvoorwaardelijk celstraf (16%). Van de groep die in de gevangenis belandt, krijg tweederde een straf van minder dan een jaar. Het grootste deel staat binnen zes maanden weer buiten. 

Dettmeijer: ‘rechters moeten met elkaar in gesprek’

Wettelijk gezien is het mogelijk om lange gevangenisstraffen op te leggen voor ontucht. Een ontuchtpleger kan 6 tot 12 jaar achter de tralies belanden. Het is bovendien onduidelijk hoe de rechter tot een vonnis komt. “Waar de een oordeelt dat de lange duur van het misbruik leidt tot een hogere straf, besteedt een ander hier juist geen aandacht aan,” zegt Dettmeijer. 

Dettmeijer’s conclusie is niet dat er zwaarder gestraft moet worden of dat er minumumstraffen ingevoerd moeten worden. “Met de invoering van een taakstrafverbod bij ontuchtzaken is al deels tegemoet gekomen hierin”, zegt de Nationaal Rapporteur. 

Van strafverzwarende maatregelen, bijvoorbeeld wanneer het misbruik is gepleegd door een trainer of verzorger, wordt geen gebruik gemaakt. Beroepsverboden voor deze laatste groep worden ook amper opgelegd. Dettmeijer roept strafrechters daarom op met elkaar in gesprek te gaan om tot een soort ‘mal’ te komen waarin ontucht beoordeeld moet worden.

Vanavond in EenVandaag: forensisch onderzoeker van de Forensische Zorgspecialisten Wineke Smid. Zij deed onderzoek naar de straffen en behandeling van zedendelinquenten. Ook spreken we met Annemarie. Annemarie is van haar 13e tot haar 21e jaar misbruikt daar haar stiefvader. Hij is veroordeeld tot een taakstaf van 180 uur en een celstaf van een jaar voorwaardelijk. Ze is nu actief voor de organisatie Project Speak Now. In de studio schuift de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Corinne Dettmeijer, aan.

Op Radio EenVandaag ook een gesprek met Wineke Smid. Daarnaast spreken we strafrechtadvocaat Ivonne Leenhouwers, gespecialiseerd in zedenzaken. Zij krijgt "buikpijn" van het rapport.