De speciale politiedienst die onder andere verdachte personen in ons land moet signaleren, kampt al jaren met grote capaciteits- en kwaliteitsproblemen. Dat blijkt uit interne stukken ingezien door EenVandaag. 

Het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) wordt overspoeld met meer én complexer wordende rechtshulpverzoeken die afgehandeld moeten worden met te weinig personeel op verouderde computers. Gevolg: grote achterstanden en zeer gevoelige zaken die niet worden opgemerkt.

Hoe gevoelig dit ligt blijkt in 2016 als aanslagpleger Ibrahim El Bakraoui ongemerkt vanuit Turkije via ons land was doorreist naar België. Daar pleegt  El Bakraoui later een aanslag op vliegveld Brussel door zich op te blazen. De Turkse autoriteiten stuurden destijds wel een bericht naar Nederland, maar dit werd niet goed opgepakt of niet goed ingeschat.

Ook in de zaak rond het Canadese tienermeisje Amanda Todd heeft de afdeling een belangrijk rechtshulpverzoek vanuit Noorwegen niet goed ingeschat. De Noren vroegen Nederland al in mei 2012 om informatie over Aydin C. naar aanleiding van de afpersing van een meisje. Nederland vond het verzoek niet zwaar genoeg. Arrestatie van de man gebeurde pas in 2014, ruim een jaar na de dood van zijn vermeende slachtoffer Amanda Todd.   .

Het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) is onderdeel van de Nationale Politie en is verantwoordelijk voor de informatie-uitwisseling en samenwerking met andere politieorganisaties. Er komen verzoeken binnen vanuit andere landen die betrekking hebben op opsporingsonderzoeken, gezochte personen of voertuigen maar ook op contra-terrorisme, extremisme en radicalisering (CTER). Het aantal verzoeken van politie naar politie stijgt: van ruim 166 duizend in 2012 tot ruim 206 duizend afgelopen jaar. De complexiteit ervan ook. Zeker nu er ook CTER-zaken tussenzitten die meer prioriteit vragen in afhandeling. Maar voor het afhandelen is expertise en mankracht nodig. Er zijn enorme achterstanden in de afhandeling van deze zaken, blijkt uit gevoelige interne correspondentie in bezit van EenVandaag.

Brandbrief op brandbrief

Eerste brandbrief in 2010

Uit documenten ingezien door EenVandaag blijkt dat de afdeling LIRC al sinds 2010 aan de bel trekt bij de leiding vanwege de problemen. Dan geeft de afdeling in een memo een ‘signaal’ af over het verwerken van rechtshulpverzoeken. Te weinig personeel en verouderde ICT systemen veroorzaken de problemen. Er is dan al een achterstand van 5 tot 7 weken. 

In de brandbrief uit 2010 spreekt men over ‘niet acceptabele werkdruk’ wat leidt tot een hoger werk gerelateerd ziekteverzuim. Ook staat er: "als direct gevolg van de uitgevoerde reorganisatie is het LIRC niet in staat (of nauwelijks in staat) te voldoen aan wettelijke en verdragsrechtelijke verplichtingen”.

De schrijver concludeert alarmerend dat het LIRC  “geen verantwoordelijkheid meer kan dragen voor de kwaliteit van de werkzaamheden".

2015: Een tweede brandbrief: Nederland tot de orde geroepen door Interpol vanwege achterstanden

In een notitie uit 2015 blijkt dat de achterstanden niet zijn opgelost. Die werkvoorraad loopt al sinds 2010 op vanwege capaciteitsproblemen.  Het gaat hierbij om rechtshulpverzoeken, informatiebulletins over operationele zaken binnen Europa en niet-operationele vragen. Het gaat om een achterstand van vele duizenden rechtshulpverzoeken. (2013=7171, 2014=6542 en 2015 t/m juni = 4021).  En het gaat niet alleen om triviale zaken. Integendeel. In de notitie schat men dat 10% van deze berichten "van belang en prominent zijn".  

De problemen blijven internationaal niet onopgemerkt.  Pikant is dat in de brandbrief wordt gezegd dat Nederland in 2013 tot de orde is geroepen door het hoofdkantoor van Interpol in Lyon vanwege “klachten vanuit andere interpol landen, wegens het niet reageren op hun ingediende verzoeken”. 

Volgens de brandbrief heeft Nederland in 2013 beterschap beloofd. Maar in 2015 is de situatie niet veranderd. Letterlijk staat er  in de brief:  “Tot op heden wij daar op geen enkele wijze aan kunnen voldoen. Ook hier is afbreukrisico voor Nederland in het geding.”

Daar komt bij dat het LIRC sinds 2010 nieuwe taken heeft gekregen. Er is meer werk omdat er ‘gelet op de globalisering’ vaker een beroep wordt gedaan op het uitwisselen van internationale politie informatie.

“Er is een situatie ontstaan dat wij niet meer aan onze internationale verplichtingen kunnen voldoen en daardoor richting nationale een internationale ketenpartners en politiek, een afbreukrisico ontstaan.” 

En:

“We kunnen met de huidige capaciteit die voor de basistaak binnen de kanalen aangesteld en beschikbaar is, onze politiele rechtshulp onvoldoende uitvoeren.” 

Afdeling geplaagd door verouderde ICT

Rode draad in de brandbrieven zijn, naast capaciteitsproblemen, de verouderde computer- en softwaresystemen. Mailboxen waarmee wordt gewerkt zitten overvol en hebben het maximum aan opslagruimte bereikt.

“We zijn inmiddels door gecrashte mailboxen al data kwijtgeraakt en blijven dagelijks dit risico lopen”.

De systemen kunnen bovendien de veelheid aan zoekopdrachten niet aan. Een speciaal ICT team dat deze problemen moet onderzoeken heeft nog geen oplossing gevonden. De systemen vallen zo vaak uit dat “er meldingsmoeheid onder het personeel is ontstaan, mede vanwege de lange respons van de servicedesk”.

Systemen lopen spaak vanwege de verouderde systemen, waar problemen ontstaan. Tegen de tijd dat het was opgelost was er een achterstand van 6000 (!) politiele rechtshulpverzoeken. 

“Het systeem voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. We kunnen regelmatig niet voldoen aan diverse verzoeken om verdere informatie

Er vinden met regelmaat storingen plaats waarbij het systeem geheel uitvalt. Op dat moment kunnen tussen de 25 en 40 medewerkers niets meer registreren of opslaan. Het veroorzaak grote achterstanden die later ingehaald moeten worden.

“Dit leidt tot grote frustratie bij de medewerkers die continu tegen een grote stroom berichten en achterstanden aanlopen zonder de tools te hebben hun werk goed te kunnen doen”. 

Brandbrief 2016

De problemen bij het LIRC komen in 2016 tot een hoogtepunt wanneer blijkt dat de Brusselse aanslagpleger Ibrahim el Bakraoui in 2015 ongemerkt van Turkije naar Schiphol kon reizen. El Bakraoui was een van de mannen die zichzelf opblies op het Brusselse vliegveld Zaventem, honderden mensen raakten gewond en tientallen slachtoffers lieten het leven. Nederland blijkt slecht geïnformeerd over de komst van El Bakraoui.  De dienst komt onder het vergrootglas te liggen.

Sinds de aanslagen in Parijs worden berichten over terroristen of geradicaliseerde extra nauwlettend in de gaten gehouden via zogenaamde CTER berichten. CTER staat voor contra-terrorisme, extremisme en radicalisering. Het aantal meldingen via dit kanaal is enorm gestegen, blijkt uit vertrouwelijke cijfers. Van 1412 inkomende berichten in 2016 naar 3891 berichten alleen al in de eerste helft van dit jaar. 

In een intern document, opgesteld na de aanslagen in zaventem, geeft LIRC leiding opdracht gekregen ‘bedrijfsrisico’s' te formuleren. Er volgen maatregelen die per direct, zo niet snel, moeten worden ingevoerd. Zo wordt onder meer door de leiding van het LIRC geconstateerd: 

“ Er is geen analyse capaciteit om internationale CTER informatie inzichtelijk te maken. Hierdoor blijft minimaal 1/3 van het werk liggen en lopen we een achterstand op in de verwerking”. 

LAATSTE brandbrief: januari 2017

In januari 2017, belandt er opnieuw een alarmerende brief gericht aan de leiding met een vraag om de bezetting uit te breiden in ‘capaciteit en kwaliteit'. Het probleem lijkt nog niet opgelost. Weer klagen de schrijvers bij hun leiding:

“er is sprake van onderbezetting en onvoldoende kwaliteit om de huidige problemen vanuit een minimale norm het hoofd te bieden.” 

Jan Struijs, voorman van politievakbond ANPB noemt de situatie alarmerend. Vanavond reageert de Nationale Politie in Eenvandaag. 

Reactie Ministerie van Veiligheid en Justitie

De korpsleiding laat het ministerie weten dat de sterkte van het Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum op orde is. Wel moeten er keuzes worden gemaakt en prioriteiten gesteld, net als bij andere taken van de politie.

Rechtshulpverzoeken of signalen die betrekking hebben op terrorisme en georganiseerde misdaad worden altijd met voorrang opgepakt. Het aantal verzoeken aan de politie is toegenomen, mede als gevolg van de verhoogde dreiging. Minder spoedeisende zaken worden later in behandeling genomen en soms moet worden geconcludeerd dat de Nederlandse politie het verzoek niet kan inwilligen.