Het kabinet wil niet zeggen of er in politieonderzoeken naar de georganiseerde misdaad gebruik is gemaakt van criminele burgerinfiltranten. Dat schrijft minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie in een brief aan de Tweede Kamer.

Dat is opmerkelijk, omdat een jaarlijks overzicht van deze inzet juist een van de strenge voorwaarden was bij de herinvoering van dit omstreden opsporingsmiddel in 2014.

De criminele burgerinfiltrant was jarenlang verboden terrein. Na de geruchtmakende IRT-affaire in de jaren negentig en de daaropvolgende parlementaire enquête onder leiding van Maarten van Traa sprak de Tweede Kamer een keihard verbod uit.

Ondanks die lessen uit het verleden, komt minister Opstelten in 2014 toch met een plan om de criminele burgerinfiltrant als bijzonder opsporingsmiddel weer in te voeren. In het wetsvoorstel staat dat die alleen bij hoge uitzondering en onder strikte waarborgen mag worden ingezet. Zo mag er geen sprake zijn van een zogeheten ‘groei-infiltrant’ die jarenlang actief is in een criminele organisatie.

Jaarlijks overzicht van inzet burgerinfiltrant verplicht

Ook mag in het betreffende onderzoek  van een andere opsporingsmethode niet al te veel meer worden verwacht en moet de ernst van de misdaad zeer groot zijn. En in diezelfde wet staat dus ook dat de regering jaarlijks meldt hoe vaak de criminele burgerinfiltrant is ingezet.

Dat laatst is niet mogelijk, schrijft Van der Steur nu aan de Kamer: “Over de inzet van een criminele burgerinfiltrant kan pas in het openbaar worden gecommuniceerd zodra het onderzoeksbelang en veiligheidsbelang zich daartegen niet meer verzetten. Dit zal doorgaans het geval zijn als in een strafzaak in het strafdossier melding wordt gemaakt van de inzet van dit bijzondere opsporingsmiddel. Aan deze voorwaarden wordt op dit moment niet voldaan.”

Vertrouwelijk informeren

Van der Steur zegt de Kamer wel toe dat hij de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie “desgewenst vertrouwelijk kan informeren” over de inzet van criminele burgerinfiltranten.

In de jaren negentig leidde juist de inzet van meerdere criminele burgerinfiltranten tot een grote crisis binnen het opsporingsapparaat: de IRT-affaire. Criminelen en  infiltranten konden met toestemming van politie en justitie duizenden kilo’s hasj en coke op de markt brachten, in de hoop de leiders van een groot drugskartel te arresteren. Maar een paar agenten, officieren van justitie en infiltranten waren van deze supergeheime Operatie Delta op de hoogte. Een van de infiltranten was een mysterieuze limonadefabrikant: de Sapman. Eind april is hij overleden.

Download