Negen mannen die celstraffen van vijf tot twaalf jaar kregen voor het doodschieten van een Arnhemse vrouw in 1998, zijn veroordeeld op basis van onvoldoende overtuigend bewijsmateriaal. Dat concludeert de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken (ACAS) in een kritisch advies aan de Hoge Raad.

Als daadwerkelijk blijkt dat deze negen veroordeelden onschuldig zijn, dan is de Arnhemse Villamoord de grootste gerechtelijke dwaling in de Nederlandse geschiedenis. Het enige bewijs in de zaak zijn twee bekennende verklaringen. Bekentenissen die volgens de commissie zeer vermoedelijk vals zijn, omdat ze onder grote druk van de politie zijn afgelegd. 

Veroordeelde Sefket Pehlivan is een van de mannen die zo'n bekentenis aflegt. Al tijdens de rechtszaak trekt hij die verklaring weer in. Nu zegt hij hierover tegen EenVandaag: “De rechercheurs bleven maar tekeer gaan: ‘Jij moet dit en dat zeggen, op die manier.’ Maar ik wist helemaal niet waar ze het over hadden. Maar de politie zei: als je bekent, krijg je minder straf en mag je je kinderen snel weer zien.” 

'DNA-sporen opnieuw onderzoeken'

De advocaat-generaal (AG) van de Hoge Raad heeft vandaag het advies van de commissie grotendeels overgenomen. Dit betekent dat de DNA-sporen in de twintig jaar oude zaak opnieuw door het NFI zullen worden onderzocht. Als dit geen nieuw bewijs oplevert, luidt het advies van de commissieleden: herziening. Dat betekent dat de zaak door een ander gerechtshof opnieuw zal moeten worden beoordeeld.

De Arnhemse Villamoord draait om een gewapende overval met dodelijke afloop. Op 2 september 1998 dringen overvallers de villa van een 63-jarige vrouw in Arnhem binnen, die op dat moment een 33-jarige vriendin op bezoek heeft. De mannen dwingen de vrouwen om op bed te gaan liggen en schieten hen beide door het hoofd. De bewoonster overlijdt, de andere vrouw raakt zwaargewond.

De recherche krijgt al snel na de moord een groepje verdachten in beeld, voornamelijk drugscriminelen van Turkse komaf uit de Arnhemse onderwereld. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk met welke aanleiding de politie deze groep mannen heeft opgepakt en vervolgd.

'In Nederland gebeurt zoiets niet'

Hoewel er nooit een moordwapen is gevonden en de daadwerkelijke schutter niet is gepakt, worden de negen mannen door zowel rechtbank als gerechtshof veroordeeld. Voor het bewijs worden slechts twee bekentenissen gebruikt, meer is er niet. Nevzat Altay krijgt de hoogste straf: 12 jaar. Hij is blij met het advies van de juridische herzieningscommissie die onderzoek deed naar een mogelijke herziening. “Alle jaren dacht ik: ik krijg vrijspraak. Want in Nederland gebeurt zoiets niet. Blijkbaar toch wel! Kijk, eerder zat ik vast voor andere delicten. Toen had ik er wel wat mee te maken. Dan weet je: ik moet boeten. Maar in de gevangenis zitten voor een moord die je niet hebt gepleegd, dat is echt heel wat anders.”

De Arnhemse Villamoord is een gerechtelijke dwaling die te vergelijken is met andere justitiële missers, zoals de Puttense moordzaak of de Schiedammer Parkmoord. Dat zegt advocaat Paul Acda, die namens meerdere veroordeelden een herzieningsverzoek indiende. “Er zijn maar liefst negen mannen veroordeeld tot langdurige vrijheidsstraffen voor een moord die zij niet gepleegd hebben. Dat maakt het de grootste gerechtelijke dwaling in Nederland.”

'Nieuw hoofdstuk'

Het juridische advies dat vandaag is gepubliceerd is een nieuw hoofdstuk in een jarenlange juridische strijd van negen mannen die zeggen dat zij volkomen onterecht zijn veroordeeld. Advocaat Arthur van der Biezen weet dit als geen ander, omdat hij al vanaf de arrestatie van zijn cliënt Sefket Pehlivan in 1998 bij de zaak betrokken is. “Er is geen enkel bewijs tegen mijn cliënt. Geen technisch spoor, geen DNA, geen vingerafdruk of ’n ooggetuige. Sterker nog: de getuige die de schietpartij heeft overleefd, spreekt nadrukkelijk over een enkele dader en niet over negen mannen.”

Valse bekentenissen

Het enige bewijs dat er wel ligt en dat uiteindelijk ook door de rechters is gebruikt bij de veroordelingen, zijn twee bekennende verklaringen. Maar na uitgebreide bestudering van de videoverhoren, het gaat om honderden uren aan beeldmateriaal, concluderen rechtspsychologen al in 2014 dat die bekentenissen zeer waarschijnlijk vals zijn.

De politie zou niet alleen enorme, ontoelaatbare druk hebben gezet tijdens de verhoren, ook zijn de verdachten tegen elkaar uitgespeeld en is er gericht gestuurd met daderinformatie. Oftewel: de recherche heeft de bekentenissen op onrechtmatige wijze uitgelokt.