De moord op drie welzijnswerkers door de Ku Klux Klan in 1964 schokt de Verenigde Staten. Tijdens de zoektocht naar hun lichamen vindt de FBI ook de lichamen van twee zwarte jongeren. De zaak werd nooit opgelost. De Canadese documentairemaker David Ridgen was geïnteresseerd in deze ‘cold case’ en ontdekte samen met de broer van een van de vermoorde jongens wie er verantwoordelijk waren voor de dubbele moord. Ze vonden een van de daders en haalden hem over te getuigen tegen de andere dader.

Weblog

Bekijk ook de weblog van verslaggeefster Floor Bremer. Zij is in Jackson, Mississippi en volgt de rechtszaak.

Achtergrond

In 1964 werden drie welzijnswerkers vermoord door leden van de Ku Klux Klan. Michael Schwerner, Andy Goodman en James Chaney waren in Mississippi om zwarte burgers in te schrijven voor de verkiezingen. Ze werden klemgereden, ontvoerd en vermoord. De moorden, gedramatiseerd in de film Mississippi Burning, vormde een keerpunt in de burgerrechtenstrijd.De FBI had destijds 44 dagen nodig om de lichamen te vinden. Tijdens die 44 dagen ontdekten ze bij toeval nog twee lijken in een rivier. Twee zwarte jongens van 19 jaar bleken ook vermoord door leden van de KKK. Maar omdat de FBI te druk was met het zoeken naar de welzijnswerkers, is die zaak altijd blijven liggen. De Canadese documentairemaker David Ridgen was geïnteresseerd in deze ‘cold case’, en ontdekte, samen met Thomas Moore, de broer van 1 van de vermoorde jongens, wie er verantwoordelijk waren voor de dubbele moord. Ze vonden 1 van de daders, genaamd Charles Marcus Edwards, en haalden hem over te getuigen tegen de andere dader.