New York Ik kom net terug van de herdenking rond 9/11. Op Ground Zero verzamelden zich de familieleden van de 2749 mensen die overleden tijdens de aanslagen. Verder moest iedereen achter de hekken blijven.

Behalve de pers. En er waren nogal wat journalisten. Ik durf me er hard voor te maken dat er meer journalisten in de stad waren dan nabestaanden.

Als journalist had je weinig vrijheid. Reeds om half zeven moesten we ons melden bij het perscentrum. Vervolgens werden we meegenomen naar Ground Zero waar we niet meer van af konden. Het was een soort val waarin we werden gelokt. Geen ontbijt. Geen koffie. Alleen wat vervelende mensen die er voor zorgden dat je niet van het perspodium mocht.

Uiteindelijk zat ik gebukt onder het podium verslag te doen voor de radio. Want praten mocht ook al niet.

De media aandacht is overweldigend. Vrijwel elke nabestaande, brandweerman, toevallige passant en onderzoeker is de afgelopen week voorbij gekomen op tv, de radio en in de krant. De zondagavond voor de herdenking zonden alle grote tv stations lange documentaires uit, die niet werden onderbroken door reclame. Dat mag hier heel bijzonder genoemd worden.

Overigens was het spektakel groter buiten het hek. Terwijl de nabestaanden rozen brachten naar het middelpunt van ground zero nadat de naam van hun geliefde was opgenoemd – dat duurde een paar uur – demonstreerde mensen buiten de hekken voor van alles en nog wat. Tegen Bush, tegen Clinton, tegen geweld, tegen de moslims, voor de moslims, voor Bush. De cameraploegen smulden van alle spandoeken en mensen met een mening. Voor iemand die graag zijn five minutes of fame wilde beleven was het een goede dag. Ik zag op een gegeven moment een echtpaar met een foto dat al aan het vierde interview begon.

Niets ten nadele van de nabestaanden maar hun grote verdriet is zo publiek dat het door vriend en vijand wordt gebruikt om een statement te maken. Dat maakt zo'n herdenking tot een rare mengeling van oprechtheid en misbruik..