Het is bijna niet voor te stellen, maar er zijn duizenden en duizenden ouders in Nederland die hun kinderen aan hun haren over het tapijt trekken, regelmatig met een riem slaan, een brandende peuk op ze uitdrukken of psychisch zo terroriseren dat ze een verstarde uitdrukking op hun gezicht krijgen: ze hebben zoveel ellende gezien dat ze er al uitzien als een oud mannetje.

Het is een nogal cru begin van een weblog en een leuk onderwerp is het evenmin, maar het is de keiharde realiteit. Door er in sussende termen over te praten zoals ‘kindermishandeling’, ‘signalering’, ‘meldpunt’, ‘taakgerichte aanpak’ of ‘slachtoffers’ en met cijfers te strooien –meer dan 100.000 (!) kinderen in Nederland zijn slachtoffer van kindermishandeling- maak je het onderwerp abstract. Je creëert een buffer tussen jezelf en de werkelijkheid die schuil gaat achter deze woorden. Het lijkt me op zich een normale reactie om ervoor te zorgen dat de ellende niet al te hard binnen dreunt.

Dat doet het pas als je geconfronteerd wordt met de wereld achter droge feiten en onderzoeken. Zoals het onderzoek van het Universitair Medisch Centrum dat vandaag gepubliceerd wordt in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Daarover maakten mijn collega Marijn Duintjer Tebbens en ik een reportage. Uit de reportage en het onderzoek blijkt dat huisartsen kindermishandeling stelselmatig over het hoofd zien –zelfs al staan de riemafdrukken bij wijze van spreken in de rug van het kind gepland. En zelfs als het kind, dat toch altijd loyaal is aan ouders, het zelf op de een of andere manier laat vallen, wordt er bijna nooit iets met deze informatie gedaan. De jongen of meisje gaat terug naar de onveilige plek die thuis heet zonder dat iemand ingrijpt. Dat moet ontluisterend zijn. Zelfs als je om hulp roept, wordt er niet open gedaan.

Jeugdarts Ben Rensen, al 25 jaar de autoriteit als het gaat om het herkennen en signaleren van kindermishandeling, begrijpt de huisartsen deels wel. ‘Je moet het kunnen, willen en leren zien.’ Om met Johan Cruijff te spreken: je gaat het pas zien als je het doorhebt. ‘Maar als je als huisarts in je drukke praktijk een kind vijf minuten ziet, denk je bij een urineweginfectie misschien niet direct aan seksueel misbruik’, zegt hij in onze uitzending. Hij geeft les aan huisartsen in opleiding, maar die drie kwartier dat hij eenmalig mag komen vertellen over hoe je kindermishandeling herkend in de praktijk, zijn volgens hem veel en veel te weinig om zoden aan de dijk te zetten. In de opleiding van artsen moet er meer en gerichter aandacht voor komen. En trouwens -ook de politiek moet eens wakker geschud worden.

Want cru gesteld, aldus Rensen, hebben wij in Nederland eigenlijk elk jaar tientallen soortgelijke drama’s zoals in Dendermonde, alleen is er dan geen gek die tekeer gaat maar zijn het de eigen ouders of begeleiders van het kind. En toch, als een kind overlijdt door mishandeling (naar schatting 50 kinderen in Nederland per jaar), staat er geen verslaggever live voor het huis om daar verslag van te doen.

Rensen laat de huisartsen in opleiding een rits dia’s zien met allerlei nare foto’s van mishandelde kinderen. Dat heeft een educatief doel: laten zien waar je als arts op moet letten. De jeugdarts hield voor collega Marijn ook een mini-hoorcollege. Foto’s laten zien is heel direct, ondersteunen de boodschap die we over willen brengen, maar zijn hoe dan ook schokkend: de ellende achter die droge feiten dreunt ineens binnen. De vraag is dan ook: laat je die foto’s zien en zo ja: welke? Of laat je die foto’s maar helemaal achterwege en breng je je verhaal in beeld met anonieme opnames van spelende kinderen op een klimrek, een kind dat wegduikt in een kussen, schreeuwende en in slow motion slaande ouders? Of door mooie, close-up shots van een kindertekening? Hoe, kortom, brengt je zo’n naar onderwerp in beeld zonder kijkers op dit tijdstip -half zeven ’s avonds, de kinderen zijn nog op- weg te jagen?

Doordat de opnames een paar keer over moesten, kreeg mijn collega van de jeugdarts tijdens de opnames twee keer de hele diavoorstelling te zien. Half grappend, half serieus vroeg hij of de dia-voorstelling doorging tot iedereen, inclusief de cameraman, moest overgeven. Op dat moment werd duidelijk dat het grootste deel van de foto’s ongeschikt was om uit te zenden. Daarbij kan je je afvragen of je je doel niet voorbij schiet als je met al te heftige beelden komt.

Toch…door er een bijna mooie visuele vertelling van te maken met wegvloeiende beelden van bijvoorbeeld spelende kinderen, een close-up van een hand die in slow-motion slaat, lijkt het verhaal omkleed te worden met een dekentje dat de ellende nog een acceptabel randje geeft. Terwijl een foto een directe weergave is van de werkelijkheid, komt er door filmische visualisatie weer meer afstand tussen verteller en ontvanger (de kijker). Net zoals uitgesponnen teksten over kindermishandeling ineens een beschermende muur zetten tussen de rauwe werkelijkheid en jezelf. We pakken het in om het zo voor het voetlicht te kunnen brengen.

Uiteindelijk kies je vaak voor de gulden middenweg: mijn college heeft de minst schokkende foto’s eruit gelicht. Zoals die foto van het kindje –een baby nog- dat verstard de wereld inkijkt en waar de ellende letterlijk van het gezicht af te lezen is. Hij kan niet meer onbekommerd de wereld inkijken en ziet er eigenlijk uit als een oud mannetje. Maar als het erop aankomt, in de spreekkamer van de huisarts, lijkt het me ook lastig voor een arts dit soort mishandeling te herkennen. Want als het gaat om psychische mishandeling -wat in heel veel gevallen voorkomt- is herkenning al een stuk lastiger. Wat denkt u? Zou u het herkennen als de buren hun kind stelselmatig slaan? Of denkt u dat ze van de trap zijn gevallen?

In de redactievergadering vanochtend wees een collega erop dat de foto's van mishandelde kinderen in onze uitzending haar toch wel rauw op het dak vielen. Hadden we niet beter de kijker kunnen waarschuwen dat de beelden mogelijk schokkend kunnen zijn? Een goede vraag. Hoewel we in aanloop naar de uitzending oordeelden dat de foto’s toelaatbaar waren, hadden we achteraf gezien deze waarschuwing inderdaad uit moeten laten gaan. Dan hadden kijkers kunnen kiezen of ze hiermee geconfronteerd wilden worden of niet. Tegelijkertijd weet je ook dat een waarschuwing (bepaalde) mensen naar het scherm lokt. Het brengt hetzelfde effect op gang als een auto-ongeluk heeft op langsrijdende automobilisten: ze minderen vaart en gaan allemaal kijken. Lekker leed-kijken noemen we dat dan. Dan heeft het bijna iets hijgerigs, zo’n aankondiging.

Uiteindelijk zegt die foto van de baby met de verstarde uitdrukking misschien nog wel het meest over het abstracte onderwerp van kindermishandeling.