’s Werelds beste wielrenner van dit moment wint op koninklijke wijze een grote koers in België. In Amsterdam klappen tienduizenden hun handen rood en wit voor hun eeuwige nummer 14 en uit Engeland waait het nieuws over dat een arts ergens heeft toegegeven aan wel 150 topsporters die wij allen kennen doping te hebben verstrekt.

Hoe dubbel kan het leven zijn?

Waar moet je heen met je gedachten en gevoelens?

Peter Sagan maakt een showy “wheely” in Oudenaarde en heeft een ongelofelijk knappe prestatie geleverd. Hij heeft de mooiste solo van jaren getoond aan ons, volgers van mooie (en liefst “schone”) sport en heeft de tegenwoordigheid van geest in het Engels (dat zeker niet zijn meest favoriete taal is) zijn overwinning op te dragen aan twee overleden collega’s.

Dat heet sociaal Goed Gedrag en dat past Sagan.

Ik zie beelden uit de Amsterdam Arena en weer valt het me op hoe bijna fanatiek, getroffen en vol overgave een heel groot deel van het Nederlandse sportpubliek het verlies van hun held uitdraagt. Wat enorme zuurpruimen, minkukels en querulanten ook vinden van deze (ik geef het toe) bijna on-Nederlandse bewijzen van rouw en verlies; ook op deze zondagmiddag is het een sterke wal van gevoelens die opgeworpen wordt.

Als een stormvloedkering in ons bestaan.

Zelden hebben we bij het verlies van een sportmens dat gevoel op een dermate collectieve en ook waardige manier gedragen; we waren onze jeugd kwijt en dat deed pijn.

Ik schakel terug naar Vlaanderen en zie de vrije geest Sagan; de rock & roller onder de coureurs, de stapper en denker, de schooier-van-soms, de drinker en pretvogel die alles en iedereen het snot voor ogen fietst en op zijn achterste wiel gaat staan.

Je hoopt dat zijn naam voor altijd in de winnaarslijsten zal blijven staan, maar hoe zeker is dat in de huidige sportwereld, helemaal als je het zondagochtendnieuws goed doorgenomen hebt?

Een keuter-artsje heeft ons inzicht gegeven in de huidige Britse sportmaatschappij. Hij heeft doodgemoedereerd uitgelegd hoe hij sporters die om een beetje chemische steun komen vragen, wel wil bijstaan; hij noemt het geen doping, maar een manier om goed te herstellen, of een dergelijke onzinkreet. Boter bij de vis.

Tot op het moment van schrijven weten we dat het om omstreeks 150 sporters gaat; voetballers uit de top van Engeland, een cricketspeler, renners die de Ronde van Frankrijk hebben gereden en wellicht vele andere toppers.

Niets is nog bewezen, alles hangt aan de waslijn van aannames die ook hier weer voor ons klaarstaat. Het is “zum Kotzen”, maar het is, helaas, de waarheid en ook de werkelijkheid.

Ik herinner me het naar buiten brengen van de nieuwsvoorziening van de daden van de Spaanse arts Fuentes. Een flink peloton wielrenners moest deemoedig (en nauwelijks beschaamd, dat ook nog) het hoofd buigen en sneuvelde, werd geschorst, bespuugd en later weer in ere hersteld.

Vele namen van sporters die op de lijst van Fuentes voorkwamen werden in de doofpot gestopt; de politiek in Spanje zorgde daar wel voor. Een rechter verbood doodgemoedereerd de lijst te openbaren.

Dat was niet goed voor het aanzien van het sportland Spanje.

Zo werd duidelijk.

Topvoetballers, toptennissers…alles wat rijk en voornaam was, werd gespaard; de sportwereld keek toe en niemand intervenieerde of drukte deze zaak door.

Liegen en bedriegen werd bedekt met de mantel der vaderlandsliefde.

Geen enkel instituut, geen enkele hoogwaardigheidsbekleder, geen juridisch apparaat, geen politiek leider durfde een vinger uit te steken. De koning? Die klapte even de andere kant op.

En we deden een plas en het bleef zoals het was.

Zoals in Engeland nu de vertegenwoordigers van het doping-controle-apparaat in koor riepen dat ze niet de macht hadden op te treden. Pardon?

Een dopingautoriteit die van zichzelf vindt dat het niet de bevoegdheid had om op te treden tegen verdachte onderdanen die zich met dopingproducten inlieten.

Gekker kan niet, maar ze zeiden het toch met droge ogen en schonken het glas nog eens vol.

Wij leven met organisaties die doping dienen op te sporen, maar die geen bevoegdheden hebben die liggen op het vlak van zelfpijniging en straffen.

Dit alles voedt de gedachten dat deze hele sportwereld toch flink ziek is. We juichen om Sagan, we treuren om Johan en we weten bij God niet wat we aan moeten met die Britse berichtgeving en met, eventueel, die hufters die daar de boel en masse belazerd hebben.

Wie kan je nog wel vertrouwen?

Wie heeft nog wel echt recht in de uitslagenlijsten van weleer te mogen voorkomen?

Het tolt me. De wereld is verrot. 

And we know it.

Dat laatste is het ergste.