Het is niet mogelijk om in de buitenschoolse opvang, zoals in de kinderopvang altijd vier ogen op elke groep te houden. Dat zegt Josette Hoex, expert kinderopvang van het Nederlands Jeugd Instituut.

Gisteren werden de ouders van kinderen die naar de bso Partou in De Bilt gaan geïnformeerd over de arrestatie van een mannelijke medewerker die twee kinderen seksuele handelingen bij hem heeft laten verrichten. De man heeft bekend.HofnarretjeIn 2010 kwam een groot misbruikschandaal bij de Amsterdamse kinderopvang Het Hofnarretje aan het licht. Medewerker Robert M. bleek wel 85 zeer jonge kinderen te hebben misbruikt. M. werd veroordeeld tot 19 jaar cel met tbs en dwangverpleging.Een schokgolf ging door de kinderopvangsector. Mannen werden soms niet meer vertrouwd door ouders. Op dit moment is slechts 0-1% van de medewerkers in de kinderopvang man, bij de buitenschoolse opvang is het iets meer.  Er kwam een onderzoekscommissie, de commissie Gunnink, die onderzocht hoe zo’n situatie in de toekomst voorkomen kon worden. Een van de belangrijkste conclusies was dat er altijd vier ogen op een groep moeten zijn, het zogenaamde ‘vierogenprincipe’. In 2013 werd dat verplicht gesteld bij alle kinderopvangorganisaties.Niet vol te houdenVolgens Hoex van het Nederlands Jeugd Instituut is dat echter in de buitenschoolse opvang niet wenselijk. “De kinderen gaan op de bso uiteen in groepen die elk een andere activiteit gaan doen en in een andere ruimte zetten. Het is niet te doen om dan altijd twee volwassenen in elke ruimte te hebben, en bovendien vind ik het pedagogisch ook niet wenselijk als er zo veel volwassenen op de kinderen zouden letten.” Volgens Hoex is het voordeel dat oudere kinderen die naar de buitenschoolse opvang gaan, over het misbruik kunnen praten. Dat hebben de twee slachtoffers van het misbruik in De Bilt ook gedaan.Er is een nieuwe wet in de maak, De Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, deze wordt begin 2018 gedeeltelijk ingevoerd. Eén van de onderdelen is de hoeveelheid beroepskrachten die er per kind op een groep staan. Bij jonge kinderen gaat deze omhoog: 1 begeleider op 3 kinderen. Bij oudere kinderen gaat deze juist omlaag. Bij de opvang van kinderen tussen de 4 en 13 jaar mag dat dan 1 begeleider zijn op 11 kinderen.