Steeds minder meisjes laten zich inenten tegen HPV, onder andere vanwege verhalen over het ontstaan van chronische vermoeidheid. Maar volgens het RIVM is er geen verband met de prik. Het aantal meisjes dat zich laat inenten daalde de afgelopen twee jaar van 62 procent naar 46 procent. Riskant, zegt het RIVM, dat het vaccinatieprogramma begeleidt. "De consequentie daarvan is dat een groter deel van de meisjes onbeschermd is. En dat we dus enige tientallen extra sterfgevallen en enkele honderden meer ziektegevallen krijgen in de toekomst," aldus het RIVM.

Sinds 2009 duiken regelmatig verhalen op over meisjes die last kregen van vermoeidheid na de prik. Dit zei Hans van Vliet, programmamanager van het Rijksvaccinatieprogramma bij het RIVM, er gisteren over in het AD:

"Er zijn hardnekkige geruchten over chronische vermoeidheid door het vaccin. Maar bij alle onderzoeken die daar naar zijn gedaan wordt dat niet teruggevonden."

Klopt die uitspraak? "Het verband is zeer serieus onderzocht in verschillende Europese landen," zegt directeur Jaap van Dissel van het RIVM. "Dat waren grote studies, waarin geen verband is gevonden."

RIVM publiceert binnenkort eigen onderzoek

Het onderzoek is ook in Nederland gedaan, dat RIVM-onderzoek ligt momenteel ter beoordeling bij de redactie van een wetenschappelijk tijdschrift. Het wordt dit najaar gepubliceerd, aldus het RIVM.

Om het onderzoek is anderhalf jaar geleden gevraagd door het instituut dat in Nederland bijwerkingen van vaccinaties registreert, het Lareb. Dat instituut kreeg de afgelopen jaren meer dan anderhalfduizend meldingen van meisjes die last van bijwerkingen zeiden te hebben als gevolg van de HPV-vaccinatie. Het Lareb zegt daarover: je kunt niet aantonen dat er een verband is, maar je kunt het ook niet uitsluiten.  

Het RIVM vindt dat het Lareb met dat laatste (over het ‘niet kunnen uitsluiten’) eigenlijk ‘teveel’ zegt. Want het Lareb spreekt alleen meisjes die een prik gehad hebben en daar last van kregen. Meisjes waar het goed mee gaat, of die geen prik kregen en toch vermoeidheidsverschijnselen kregen, die spreekt het Lareb niet.

Directeur Jaap van Dissel van het RIVM: "Het punt met individuele meldingen is dat je nooit een oorzakelijk verband kunt vaststellen. Dat kun je alleen maar doen door groepen te vergelijken die wel en niet gevaccineerd zijn, om te zien of er in die groepen een verschil is in het voorkomen van chronische vermoeidheid bij meisjes."

De uitspraak van het RIVM dat geen enkel onderzoek een verband legt tussen prikken en chronische vermoeidheid, lijkt dus te kloppen. Maar is het HPV-vaccin dan 100% veilig? Het RIVM wijst in haar antwoord op die vraag eerst naar het ontbreken van onderzoek dat een verband legt. En daarnaast wijst het RIVM op de enorme aantallen mensen die er al mee behandeld zijn. "Wereldwijd is het meer dan 200 miljoen keer toegepast.  Zoveel vaccinaties, zonder dat er in de wetenschappelijke literatuur een serieuze bijwerking aan gekoppeld is, zegt dat het een hele veilige vaccinatie is."