Varkens in Nood zet zich al 10 jaar in voor varkens in de bio-industrie, in Nederland in totaal 20 miljoen beesten. De stichting wil de varkens een beter leven bezorgen en de intensieve veehouderij een halt toeroepen. Ten tijde van de varkenspest in 1997 werd de stichting opgericht door schrijver J.J Voskuil en fiscaal-jurist Hans Baaij. EénVandaag blikt vanavond met Voskuil terug op 10 jaar Varkens in Nood. Wat heeft zijn werk opgeleverd? Zijn de varkens nu echt beter af? En streeft de stichting nog steeds hetzelfde doel na?

Het volledige interview met JJ Voskuil:

Naast Voskuil komt ook oud-ambassadrice Yvonne Kroonenberg aan het woord. Bij een volgende uitbraak van varkenspest, MKZ of een andere dierziekte zouden de media voortaan niet moeten praten over het 'ruimen' van dieren, maar over het 'vermoorden' of 'doden' van dieren, zegt Kroonenberg in de reportage. ' Als er gepraat wordt over het ruimen van varkens, zeg je eigenlijk dat ze slordig waren of in de weg stonden. Ze moeten gewoon zeggen: we maken ze af, of: we vermoorden ze. Of: we slachten ze, we doden ze. Maar 'ruimen' heeft daar allemaal niets mee te maken. Als we honden zouden behandelen zoals we varkens behandelen, was Nederland te klein.' Volgens Kroonenberg is het voor varkenshouders anno 1997 heel moeilijk om op een sympathieke manier varkens te houden en genoeg geld eraan te verdienen. ,,Boeren kijken alleen nog maar naar hygiene. De boer denkt dat hij het goed doet. Een discussie met een varkenshouder is zinloos. Vergelijk het met praten met een rascist. Je loopt tegen een muur van onwil en onbegrip op.” Het enige dat volgens Kroonenberg echt een einde kan maken aan de bio-industrie, is de consument zelf. ,,Dan sta je in de winkel voor de keus: koop ik een zielig stukje vlees, of een duurder stukje scharrelvlees. Dat is heel moeilijk. Want we leren al vroeg vlees eten. Pas later begrijpen we dat daar dieren aan te pas komen.”Tien jaar later ziet oprichter J.J. Voskuil dat er weinig veranderd is. ,,Er is een lichte mentaliteitsverandering gekomen door de maatschappelijke druk op de misstanden in de bio-industrie. Maar radicaal is er niets veranderd.” Destijds stelde Voskuil voor om door middel van schadeloosstelling aan de boeren de hele bio-industrie aan banden te leggen. ,,Koop de boeren uit en kies voor een kleinschalige veestapel. Dit kan door een belastingmaatregel. Achteraf gezien was ik veel te naief. Ik dacht, als er maar genoeg mensen zijn die erachter staan, dan gaat er niets veranderen. Maar ondanks alle steun gebeurde er niets. De regering trekt er zich geen bal van aan.”Robert Long, in 2000 oud-ambassadeur van Varkens in Nood, haalde de woede van de varkenshouders op zijn hals door de bio-industrie te vergelijken met Dachau en de concentratiekampen in nazi-Duitsland. De varkenshouders spanden een kort geding aan tegen Robert Long, die zij verloren. Voskuil noemt de vergelijking die Long maakte 'radicaal'. ,,Maar hij had natuurlijk wel gelijk.” Voskuil ziet dieren als de 'arbeiders van de negentiende eeuw'. ,,Op den duur zal er een groeiend verzet zijn. Dan zal het besef doordringen dat het zo niet meer kan. Maar dat maak ik niet meer mee.”