Het ministerie van Binnenlandse Zaken meldde het vorige week in een persbericht dat "ook als Mohammed B. beter in de gaten was gehouden, de moord op Theo van Gogh niet voorkomen had kunnen worden". Volgens de Commissie van Toezicht betreffende inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD), is dit een onterechte conclusie. In EénVandaag reacties vanuit de politiek.

De AIVD had meer aandacht moeten besteden aan Mohammed B. Als de AIVD een beter persoonsdossier van Mohammed B. had aangelegd of hem in de CT-Infobox had geplaatst, zou nog steeds niet het beeld zijn ontstaan van iemand die betrokken was bij de voorbereiding van een concrete aanslag. De AIVD heeft in redelijkheid de afweging kunnen maken om díe personen nauwlettend in de gaten te houden ten aanzien van wie het ernstige vermoeden bestond dat zij direct betrokken waren bij de voorbereiding van eventuele aanslagen. Mohammed B. behoorde niet tot die personen.Vóór 2 november 2004 had de AIVD moeten en kunnen weten dat Mohammed B. zich bediende van de schuilnaam Abu Zubair. Maar ook als ze dat had geweten zou dat geen aanwijzingen hebben opgeleverd voor een concrete dreiging van Mohammed B. richting Theo van Gogh.Dat zijn enkele belangrijke conclusies die de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) trekt op basis van een onafhankelijk onderzoek naar de afwegingsprocessen bij de AIVD met betrekking tot Mohammed B. en de moord op Theo van Gogh. Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) heeft het onderzoeksrapport van de CTIVD vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd.Voormalig minister Remkes had op aandringen van de Tweede Kamer de CTIVD begin vorig jaar gevraagd het onderzoek uit te voeren. Minister Ter Horst geeft aan dat zij – terugkijkend met de kennis van nu – de in haar ogen belangrijkste conclusies van de commissie kan onderschrijven.De CTIVD plaatst kritische kanttekeningen bij het algemene functioneren van de AIVD in 2004. Het gaat dan om de inzet van capaciteit voor het Hofstadonderzoek, de interne samenwerking, de informatiehuishouding binnen de dienst, de samenwerking met de Regionale Inlichtingendiensten en het internetonderzoek. Minister Ter Horst herkent en onderschrijft deze kritiekpunten. Zij wijst daarbij op het in juli 2005 gestarte Meerjarig verbeterprogramma voor kwaliteit en groei Prospect 2007. Dat is inmiddels afgerond en heeft tot de nodige verbeteringen in het functioneren van de AIVD geleid. De Tweede Kamer is hierover regelmatig geïnformeerd.