Ron Paul zal de eerste zijn om vast te stellen dat hij niet de volgende president van de Verenigde Staten zal worden. De opiniepeilingen lieten dat al een tijdje zien en wie net als ik geen groot fan van opiniepeilingen is, kon dat nog beter zien aan de uitslagen van de meeste voorverkiezingen. Stelde Paul zich dan helemaal voor niets kandidaat bij de Republikeinen? Zeker niet.

Het gedachtegoed van Republikeins lid van het Huis van Afgevaardigden Ron Paul is een opvallende mix van libertarisme, conservatisme en constitutionalisme. Over alle nuances heenstappend komt dat neer op een afkeer van een invloedrijke federale overheid (die de burger alleen maar beperkt), een afkeer van belastingen en het gebruik van de Amerikaanse grondwet en de Bill of Rights als enige richtsnoeren van beleid. Wat houdt dat in de praktijk voor Paul in? Hij wil de VS terugtrekken uit de oorlog in Irak (waarmee hij naast libertarische aanhang ook fans kreeg in het linkse anti-oorlogskamp), de Amerikaanse bases in de rest van de wereld opdoeken, uit de VN en het IMF stappen, de federale inkomstenbelasting afschaffen, abortus verbieden, de meeste federale instellingen opheffen en terug naar de goudstandaard. Paul stemde tegen de Patriot Act, tegen de War Against Drugs, tegen No Child Left Behind (de federale onderwijssteun van president Bush) en tegen wapencontrolewetgeving, maar wel weer voor strenge immigratiewetgeving (waar pure libertariërs weer vreemd van staan te kijken).

Hij is uitermate principieel. Zijn kiesdistrict in Texas kent veel boeren, maar hij stemt consequent tegen agrarische subsidies. De slachtoffers van orkaan Rita in zijn district hadden pech, want hij was tegen FEMA-fondsen. In zijn kiesdistrict wonen veel mensen die in het Johnson Space Center werken, maar Paul stemde altijd tegen financiering voor de NASA. Maar omdat hij als geen ander voor elk individu in zijn kiesdistrict staat, wordt hij om de twee jaar probleemloos herkozen. Zijn telefoonnummer staat in de telefoongids en kiezers bellen hem dan ook. Heeft iemand een rolstoel nodig, dan krijg hij die.

Vergelijk hem met alle andere Republikeinen die zich kandidaat hebben gesteld dit seizoen en je kan niet anders dan vaststellen dat hij een vreemde eend in de bijt is. In 1988 was hij presidentskandidaat voor de Libertarian Party en eindigde derde, achter George H.W. Bush en Michael Dukakis (ruim derde. Hij kreeg 0,47 procent van de stemmen). Die kandidatuur leverde hem overigens wel een politieke basis op waar hij nu nog steeds profijt van heeft. Daarnaast leveren zijn principiële standpunten hem de steun op van mensen die het vertrouwen hebben verloren in de politiek.

Zo'n afwijkende Republikein en toch kandidaat voor die partij? Hij moet toch weten dat hij geen kans maakt? In tegenstelling tot veel van zijn aanhang, die hem messianistische trekken toedichten en die vooral op internet wel zeer enthousiast aanwezig zijn, weet Paul best dat hij geen kans maakt. Realiteitszin is hem niet vreemd. Zijn kandidatuur voor de Republikeinse nominatie is voor hem het het optimaal haalbare. Hij had zich natuurlijk weer kandidaat kunnen stellen voor de Libertarian Party. Dan weet hij twee dingen zeker: niet al dat gedoe van de voorverkiezingen zoals die bij de Republikeinse partij, en nul media-aandacht. Derde partijen doen zo goed als nooit mee in de mediarace om het presidentschap. Daar kun je de verschrikkelijke media en de verachtelijke twee grote partijen de schuld van geven, maar het is beter voor de bloeddruk om te beseffen dat de Amerikaanse verkiezingen sinds de geboorte van de staat zo functioneren.

Derde partijen komen vaak op als in de samenleving ongenoegen leeft over bepaalde zaken. De Democraten of Republikeinen neutraliseren doorgaans een dergelijk ongenoegen door het standpunt van die derde partij in het eigen programma op te nemen, waardoor die derde partij er opeens niet meer zo toe doet. Denk aan de Prohibitionist Party die voor de drooglegging van Amerika was. Maar denk ook aan de Republikeinse partij (tegen de slavernij), de enige derde partij die in de top twee terecht kwam.

Derde partijen komen dus op als er een maatschappelijk ongenoegen heerst, maar doorgaans blijven ze klein en onzichtbaar. Daarom weten wij in Nederland nauwelijks iets van de Green Party (op het jaar na dat Ralph Nader kandidaat was), de Libertarian Party, de Natural Law Party, een van de vijfhonderd Socialist Parties (evenveel schisma's als bij ons de gereformeerde kerk), de Reform Party (voortkomend uit de politieke beweging United We Stand van Ross Perot) of (mijn favoriet, al was het alleen maar om de naam) de Boston Tea Party.

Paul koos voor een carrière in de Republikeinse partij, maar met een voor de doorsnee Republikeinse kiezer afwijkend programma. En dankzij zijn partijaffiliatie kon hij dit verkiezingsseizoen als kandidaat zijn standpunten veel zichtbaarder voor het voetlicht brengen dan hij ooit had kunnen doen als lijsttrekker van de Libertarian Party. En binnen de ruime kaders van een partij als de Republikeinse krijgt Paul die ruimte ook. Niemand die hem tegenhoudt om zich kandidaat te stellen (OK, steun hoeft hij verder van de partij ook niet te verwachten, maar Tom Tancredo en Duncan Hunter kregen ook geen steun), zolang hij maar voldoende geld inzamelde.

En dat deed hij. Paul heeft inmiddels genoeg geld ingezameld om, hoe weinig kans hij ook maakt om het tot presidentskandidaat of tot president te schoppen, zijn punt te kunnen blijven maken gedurende het hele voorverkiezingsseizoen. Dat de media zich concentreren op de kanshebbers is een logische journalistieke keuze (consumenten hebben geen tijd voor alle kandidaten), geen samenzwering. Elke seconde media-aandacht voor Paul is er één meer dan hij gehad zou hebben als hij geen Republikeins kandidaat was geweest. Paul heeft eruit gehaald wat er voor hem in zat. Hij zal tevreden zijn.

Historicus Marc van Gestel schrijft sinds 2003 elke werkdag zijn weblog over de Amerikaanse presidentsverkiezingen vol: www.amerikalog.com