Het is voor elke machinist een nachtmerrie: de zogenoemde springers. Mensen die een einde aan hun leven maken door voor de trein te springen. ’Die klap zal ik nooit vergeten.’ 

Bij Radio EenVandaag spreken we machiniste Joos van der Zanden die met haar boek ‘189 in flarden’ het taboe rondom de suïcide wil doorbreken. Het boek gaat over de koffiekamer-gesprekken met haar collega’s waarin wordt gepraat over dé angst onder machinisten.

‘Eerste keer’ 

Van der Zanden is al 25 jaar machinist en heeft 1 springer voor haar trein gehad. Terwijl de trein van Joos zo’n 125 kilometer per uur rijdt, ziet ze een jonge man stoppen op het spoor. ’Het was een zomerse dag, ik zal het nooit vergeten.’

Het doel van het boek is de menselijke kant achter de cijfers te laten zien. In 2014 stierven er 189 mensen door voor de trein te springen. Met het boek wil Joos het verhaal vertellen van de mensen die alles moeten opruimen, de machinisten zelf, maar ook de springers en hun nabestaanden.

Over zelfmoorden van mensen die voor de trein springen wordt weinig gepubliceerd. Uit onderzoek is gebleken dat het andere mensen op ideeën zou brengen. Van der Zanden is dan ook bang voor copycat-gedrag, maar vindt het taboe doorbreken minstens zo belangrijk. De NS is op de hoogte van het boek.