Jules Schelvis, oprichter van de Stichting Sobibor, is gisteravond op 95-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Amstelveen. Dat maakte de Stichting Sobibor, die de herinnering aan het vernietigingskamp levend wil houden, vandaag bekend.

Schelvis werd met ruim drieduizend mensen op 6 juni 1943 vanuit kamp Westerbork op transport gesteld naar het vernietigingskamp Sobibor. Van deze groep was hij de enige die de oorlog overleefde.

Jules Schelvis was lang dé expert als het ging om vernietigingskamp Sobibor. In 2008 werd hem door de Universiteit van Amsterdam een eredoctoraat verleend. Zijn wetenschappelijke studie Vernietigingskamp Sobibor (1993) wordt door velen gezien als een belangrijk werk over het kamp.

Vernietigingskamp

In Sobibor, vlak bij de grens met Oekraïne, werden in een jaar tijd zeker 170.000 mensen, voornamelijk Joden, door de nazi's vermoord. Van de slachtoffers kwamen ruim 34.000 uit Nederland. Schelvis was één van de achttien Nederlandse overlevenden van dit vernietigingskamp. Zijn vrouw en een groot deel van zijn familie overleefden de oorlog niet. Alleen zijn moeder en zuster bleken na de oorlog nog in leven.

Na de oorlog schreef Schelvis meerdere boeken. Zijn laatste boek Er reed een trein naar Sobibor verscheen in 2012.

In 1999 richtte hij de Stichting Sobibor op. Ook was hij de initiatiefnemer van het oorlogsmonument De Tekens van Westerbork, dat in 2001 vlakbij het voormalige kamp bij Hooghalen (Drenthe) werd geplaatst.

EenVandaag ging in 2009 met Schelvis terug naar Sobibor. Kijk de reportage hieronder terug:

Interview Jules Schelvis 2009