De Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins (92) zou vandaag zijn vonnis te horen krijgen van de rechtbank in de Duitse stad Hagen. De rechter velde echter geen oordeel: er is nog teveel onduidelijkheid over de zaak. Bruins wordt ook niet verder vervolgd.

De aanklager heeft na zeventig jaar levenslang tegen hem geëist voor de moord op de 36-jarige verzetsstrijder Aldert Klaas Dijkema bij het Groningse Appingedam in september 1944. Bruins is de laatste nog levende en in vrijheid verkerende Nederlandse oorlogsmisdadiger. Het proces tegen hem begon op 2 september bij de rechtbank in Hagen.

Tenminste, dat is wat algemeen aangenomen wordt. Historicus Cees Kleijn en journalist Stijn Reurs zijn vier jaar bezig geweest om in Nederland nog levende SS'ers op te sporen. Ze kwamen op 400 nog levende ex-nazi's en hadden gesprekken met hen. Ze leggen in EenVandaag Radio uit hoe zij te werk zijn gegaan.

Groninger Siert Bruins is verantwoordelijk voor de dood van verschillende mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd daarom kort na de oorlog in Nederland bij verstek ter dood veroordeeld. Die straf werd later omgezet in levenslang. Bruins was ten tijde van dat vonnis al naar Duitsland gevlucht, waar hij sindsdien woont.

De Nederlandse oorlogsmisdadiger heeft eerder ontkend dat hij destijds degene was die Dijkema van achteren doodschoot. Dat deed zijn kompaan, zei hij voor het proces.

Bruins zat bij de gevreesde Sicherheitsdienst. Hij kreeg vanwege zijn brute optreden in de Tweede Wereldoorlog de bijnaam 'het beest van Appingedam'.