FLOOR BREMER, OHIO - Het begon allemaal op een begraafplaats ergens in het midden van Amerika. Daar begon Rick Mirenzi een handeltje in grafversieringen. Een mens moet wat. En als je daar dan toch elke dag bent dan hoor je wel eens wat. Bezoekers brachten de in steen gebeitelde namen tot leven met hun herinneringen. In vrijwel elk verhaal zat het woord oorlog.

Ik ontmoet Rick tussen de vliegtuigwrakken, autowrakken en kanonnen uit de Tweede Wereldoorlog. Het is de ambiance van een restaurant met de naam '356th fighter group' en het moet een Tweede Wereldoorlog themarestaurant voorstellen. Tot op de wc word je achtervolgd door jaren veertig muziek. We kijken rustiek uit over de startbaan van een klein vliegveld. Later zal ik van de burgemeester horen dat het moet uitgroeien tot een groot internationaal fenomeen maar zo ver is het nog niet. Nog lang niet. Je kunt er nog rustig een sandwicht eten in het restaurant, weet ik inmiddels uit ervaring.

Ik vind het een beetje luguber, het verheerlijken van de Tweede Wereldoorlog. Maar Rick ziet dat niet zo. "Nog elke zondag brunchen hier veteranen uit de 82 Airborne. Zij zijn trots op wat ze gedaan hebben voor de vrijheid. En wij zijn trots op hen."

"Trots" is Ricks stopwoord. Hij is trots op de veteranen sinds hij al die verhalen heeft gehoord op de begraafplaats. Hij is er trots op Amerikaan te zijn en hij is er trots op dat hij 190 duizend dollar bijelkaar heeft gebracht voor een monument voor de veteranen op de begraafplaats. Ook is hij er trots op dat ik verhalen over zijn dorp zal vertellen aan mijn landgenoten. Of ik er eigenlijk trots op ben om Nederlander te zijn? In alle eerlijkheid kan ik hem melden dat er tegenwoordig vrij veel Nederlanders zijn die trots zijn op hun land. Als iemand dat begrijpt is dat Rick.

Rick heeft alle verhalen van de begraafplaats verzameld op een site. We will Never forget, staat er in grote letters op de voorpagina. "Door al die dappere mensen leef ik in vrijheid", licht Rick toe. "Ik hoef niet elke minuut van de dag bang te zijn dat er een bom ontploft. Dat kan alleen omdat de troepen voor ons strijden. Nu ook weer in Irak. President Bush valt echt niet zomaar een land binnen. Dat doet hij om ons te beschermen tegen terroristische aanslagen."

Op mijn vraag of hij dan voor de oorlog in Irak is, waarop ik uiteraard na deze introductie een volmondig ja verwacht, geeft hij eigenlijk geen direct antwoord. "De prijs de we betalen voor de oorlog is hoog", zegt hij. "Vooral in dit gebied. We hebben de meeste eervolle medailles van heel Amerika hier in Ohio, maar ook heel veel families die hun geliefden zijn kwijtgeraakt. Dat is heel moeilijk als je dat in je directe omgeving ziet gebeuren. Dus ik zal nooit zeggen dat ik voor een oorlog ben."

Hier in het midden van Amerika is de oorlog niet zwart-wit. Je bent, net als Rick, niet voor of tegen. Je leeft noodgedwongen met de oorlog. Je hebt een 'I support the troops" sticker op je auto omdat je altijd wel via via iemand kent in Irak. Je eet een pannenkoekontbijt zodat de veteranen in het dorp gratis met een vliegtuig naar Washington kunnen om naar het Tweede Wereldoorlog monument te gaan. Je helpt mee met koekjesbakken zodat de soldaten in Irak via de post wat lekkers krijgen zodat ze hun aandacht even kunnen afleiden. En of Hillary nou voor of tegen die oorlog stemde maakt minder uit. Hoe heldhaftig Barack meteen stelling nam verandert niets aan het groeiend aantal mensen op de begraafplaats. Het moet gewoon snel afgelopen zijn.

"Ik ga voor het eerst in 32 jaar misschien wel op een democraat stemmen", zegt Rick daarom somber. "Ik weet het ook niet meer".