De Noorse Socialistische partij kreeg op 22 juli 2011 te maken met een ramp van ongekende omvang. Anders Breivik richtte een bloedbad aan en doodde op het zomerkamp-eiland Utoya 69 kinderen en partijleiders. De partij moet nu verder, op naar de toekomst, maar wel met een groot, pijnlijk litteken.

EenVandaag spreekt met Eskil Pedersen, leider van de jeugdbeweging. Hij was op het eiland en moest rennen voor zijn leven toen Breivik schietend op hem af kwam. Hoe kijken hij en de andere jongeren naar de toekomst? Zijn ze teleurgesteld en pessimistisch of zijn ze juist versterkt in hun idealen? En hoe is het de Noorse politiek sinds 22 juli 2011 vergaan?