Onder meer een werk van Rubens moet de Oranjes enkele miljoenen gaan opleveren. Het Koninklijk Huis gaat een aantal kunstobjecten veilen. Eerdere veilingen gingen vaak gepaard met de nodige ophef. Is de kunst van Oranje nu wel of geen privébezit?

Het grootste deel van de Koninklijke kunstcollectie komt voort uit de verzamelwoede van Willem II. Hij leende geld bij zijn zwager tsaar Nicolaas I, waarna hij een indrukwekkend aantal werken wist aan te kopen. Zijn collectie bestond uit honderden tekeningen en schilderijen van alle grote meesters. Na zijn onverwachte dood in 1849 bleven de Oranjes met zijn erfenis zitten. Dat was het moment waarop de eerste stukken al werden geveild.

Geschatte opbrengst: 3,5 miljoen

Ruim anderhalve eeuw later gaan er opnieuw stukken uit de erfenis van Willem II onder de hamer. Het gaat om dertien tekeningen van oude meesters en twaalf kavels met Chinees porselein, serviesgoed en zilverwerk. De geschatte opbrengst bedraagt zo'n 3,5 miljoen euro.

NRC-journalist Arjen Ribbens schrijft al jaren over de kunstcollectie van de Oranjes en de bijbehorende veilingen. De reden waarom de Oranjes de stukken verkopen, is niet bekend. Is er sprake van een opruimwoede of hebben ze geld nodig? "Je kunt er alleen maar naar gissen. De opbrengst van eerdere veilingen is naar de koninklijke familie zelf gegaan. Het gaat iedere verkoop om miljoenen", aldus Ribbens.

Betaald uit de staatskas

Een paar jaar geleden was er ophef toen bleek dat de familie een schilderij van de Javaanse kunstenaar Raden Saleh had verkocht. De kunstenaar had het schilderij ooit geschonken aan Willem I, omdat hij dankbaar was voor het feit dat hij uit de staatskas werd betaald. "Geen van de kleinkinderen van Juliana, die recht hadden op het schilderij, wilden het werk boven de bank. In dit geval kun je je afvragen of het privébezit is."

En mag de koninklijke familie miljoenen euro's opstrijken aan een kunstwerk dat wellicht indirect eigendom is van de staat? Naar aanleiding van deze kwestie werden er Kamervragen gesteld in 2016. Het moest volgens PvdA en D66 inzichtelijker worden of kunst eigendom is van de staat of dat het gaat om privébezit.

Gewone particulieren?

Toenmalige minister Bussemaker vond het niet nodig om voor elke verkoop een onafhankelijke commissie in te stellen die een kunstwerk moet beoordelen.

"Uit de beantwoording van die Kamervragen en het antwoord van de Rijksvoorlichtingsdienst blijkt wel dat de premier en de RVD van mening zijn dat het gaat om particulieren en een privé-collectie gaat. De vraag is natuurlijk of je hier überhaupt kunt spreken van gewone particulieren", vertelt NRC-journalist Ribbens.