Verlammende bureaucratie, te laag opgeleide rechercheurs, gebrek aan sturing en een negen-tot-vijf-cultuur: de politie is zo slecht georganiseerd dat de opsporing van misdrijven eronder lijdt en de pakkans voor criminelen dramatisch laag is. De recherche kan de georganiseerde misdaad niet bijbenen. 

Met die alarmerende waarschuwing komt oud-rechercheur Michiel Princen in het boek ‘De Gekooide Recherche’, dat vandaag verschijnt.

Michiel Princen werkte tien jaar als financieel rechercheur bij de Amsterdamse politie. Hij werkte aan grote zaken, waaronder de moord op Endstra en de witwaspraktijken van de veroordeelde vastgoedmagnaat  Paarlberg.

Toch verliet Princen vorig jaar uiteindelijk ontgoocheld het korps. Hij schreef de afgelopen maanden een boek over zijn ervaringen waarin hij de politie organisatie niet spaart. In EenVandaag zijn verhaal. Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen, die veel onderzoek doet naar recherchewerk, reageert.

Achter de feiten aan

Princen schetst een soms onthutsend beeld van hoe het eraan toegaat, ook bij grote recherche onderzoeken waarbij hij betrokken was. Zo stond hij maandenlang handmatig dozen vol financiële bewijsstukken in te scannen, nog voordat het opsporingsonderzoek naar witwassen kon beginnen. En werden in lopende onderzoeken plotseling alle taponderzoeken stopgezet door de politieleiding, omdat het budget op was.

Ook zag hij dat soms onderzoeken jarenlang doorgaan, zonder dat er resultaat geboekt wordt. Volgens Princen voorbeelden van een structureel probleem bij de nationale politie, namelijk de chaotische aansturing en en gebrek aan niveau om complexe recherche onderzoeken te organiseren. „Er was een collega die zei, de misdaad is georganiseerd, nu de politie nog. Op deze manier ontspringen criminelen de dans, dat is een trieste vaststelling.” Princen kaartte zijn zorgen voortdurend aan, maar vond geen gehoor. Het leidde ertoe dat hij ontslag nam.

Stukgelopen op politiecultuur 

De voormalig politieman was juist bij de politie gekomen na een loopbaan als financieel journalist. Hij was een van de zogeheten zij-instromers; nieuwkomers met een hogere opleiding die werden aangesteld om het opleidingsniveau bij de recherche op te krikken. Een doelstelling waaraan de politie werkt sinds de beruchte Schiedammer Parkmoord, de zaak waarin de verkeerde man jarenlang achter de tralies kwam terwijl de echte dader vrij rondliep. Er werd een ‚verbeterplan’ gelanceerd met tal van maatregelen om de kwaliteit bij de recherche te verhogen. Maar veel van die doelen zijn niet gehaald, betoogt Princen. „Het grootste probleem van de politie is de eigen politiecultuur”, concludeert Princen in zijn boek. 

Hoogleraar Van Koppen beaamt dat van de verbeterplannen nog niet veel terecht is gekomen. Hij pleit in de uitzending voor ‚drastische veranderingen bij de politie’ om de kwaliteit van de opsporing te verbeteren. Vooral de instroom van hoger opgeleiden moet beter, vindt hij.

Reactie politie

De Nationale Politie wilde niet op camera reageren. Het korps laat in deze schriftelijke verklaring weten al bezig te zijn met veranderingen in de organisatie om het recherchewerk te verbeteren.

Download