De Cito-toets op de lagere school kan ik mij levendig herinneren. Vooral de in mijn ogen oneindige vellen met figuren die in- en uit elkaar gevouwen moesten worden. In je hoofd dan. En in het laatste vakje moest ingevuld worden hoe dit figuur er uiteindelijk uit kwam te zien.

Die 'ruimtelijke ordening sectie' liet ik geheel voor wat het was. Van de meeste in stippellijntjes uitgevoerde blauwdrukken had ik geen idee welke kant ze ermee op wilden. De rest van de toets vulde ik wel in, maar alles met de haast van een 11-jarige die snel weer buiten wilde spelen. Het belang van die hele toets ontging me, ik vond het tijdverspilling. Het resultaat was ernaar. Ik haalde een van de laagste scores, uit mijn hoofd een score van minder dan tien van de honderd punten die er toen te halen viel. Advies: LBO-MAVO. Hooguit.

Ondanks goede rapporten was de score van de Cito-toets dermate slecht dat geen enkele middelbare school het met mij aandurfde. Dat dit hele gebeuren toch geen streep haalde door mijn verdere schoolcarrière, was te danken aan mijn moeder. Zij was gymlerares geweest op verschillende scholen in mijn geboorteplaats en wist mij na veel overleg en gesoebat nog op een school geplaatst te krijgen. Waar ik VWO deed en Geschiedenis ging studeren aan de universiteit. Tot zover dit verhaaltje over de voorspellende waarde van de Cito-toets.

Hieraan moest ik weer denken toen ik net het bericht las dat kleuterjuffen het onderwijs voor 4- en 5-jarige veel te schools vinden worden. Het is alleen maar 'oefenen, oefenen, oefenen', het speelse mag niet meer. Erger nog: de Cito-toets wordt ook steeds vroeger afgenomen, volgens de onderwijzers onder druk van de Onderwijsinspectie. Die wil bijhouden hoe de scholieren presteren. Met als gevolg dat een kleuter die zijn dag niet heeft de toets kan verprutsen, waardoor de ouders soms meteen denken dat hun kind speciaal onderwijs nodig heeft. Kleuters zijn half overspannen van de toenemende prestatiedruk nog voordat ze naar de middelbare school gaan.

Een kind dat geen kind meer mag zijn: het is vragen om moeilijkheden. Als mijn kinderen straks voor die Cito staan, dan weet ik tenminste dat ik het resultaat met een enorme korrel zout neem. Ik zal ze vooral aanmoedigen te spelen, muziek te maken, te tekenen, handstand te doen tegen de schoolmuur en te dromen. Niets staat je ontwikkeling meer in de weg dan een -uitsluitend- prestatiegerichte school.