De potvis die gisteren op het strand van Terschelling bezweek is vannacht naar Harlingen verscheept. Wetenschappers van Naturalis in Leiden en de Universiteit van Utrecht gaan het dier nu onderzoeken.

De potvis was levend aangespoeld aan de noordoost kant van het eiland, bij Paal 26.

Medewerkers van de gemeente waren aanwezig om te kijken wat er met het beest moest gebeuren. Ook was er een schip van het Terschellingse sleep- en bergingsbedrijf Noordgat ter plekke. Er is geprobeerd het dier met de waterjetaandrijving van het schip vrij te spoelen. Dat is niet gelukt.

Het ministerie van Economische Zaken stelde na het aanspoelen van bultrug Johanna, december vorig jaar, een protocol op voor aangespoelde walvisachtigen. Een dier als deze gestrande potvis op Terschelling,moet na maximaal 12 uur gered zijn. Daarna heeft het geen zin meer. Als het dier na 12 uur niet is gered, moet het uit zijn lijden worden verlost. Dat gebeurt met explosieven van defensie.

De Terschellingse potvis was al voor die tijd overleden. EenVandaag-verslaggever Kees Amsterdam was op Terschelling en sprak met strandjutter Jort Bos en de Terschellingse zeezoogdieren-deskundige Hessel Wiegman. Ivo Vrancken maakte de beelden.