“Motherfucker!” We staan met demonstrante Omer op het strand van Tel Aviv. Ze houdt een petitiebord omhoog met de tekst ‘Stop Israeli Apartheid’ en wij filmen haar. “Fuck You!” Ik zie haar schrikken. Een man loopt dreigend op haar af. Hij geeft mij de middelvinger. Omer laat het petitiebord zakken en snelt op ons af. De man steekt z’n handen uit om het bord te grijpen, maar Omer weet ‘em net te ontwijken. “You fuckers” bijt hij ons toe.

De tekst op het petitiebord heeft een ‘zekering’ in zijn hoofd doen knappen, want hij blijft maar schelden. Omer had ons er al voor gewaarschuwd. “Mijn mening is op dit moment niet populair. Als we demonstreren spugen ze naar ons en krijgen we klappen.” Omer is een meisje van 19 met het gezicht van een engel. Ze werd nationaal nieuws in Israel vanwege haar opmerkelijke verhaal.

Een jaar geleden krijgt ze een brief van het Israelische ministerie van Defensie. Zoals alle meisjes van 18 wordt ze opgeroepen voor de dienstplicht. Maar Omer ziet dat niet zitten. Ze is tegen het dragen van wapens. Tegen de macho-cultuur in het leger. En tegen de manier waarop Israel zijn Palestijnse buren behandelt. Omer besluit de oproep te negeren. En dat is bijna een doodzonde in Israel. De militaire politie neemt haar in hechtenis. Er volgen demonstraties in Tel Aviv om Omer vrij te krijgen, maar een rechter veroordeelt haar tot 2 maanden cel. Omers vader is niet happy met de ‘liberale’ denkbeelden van zijn dochter. Hij is adjunct-directeur bij de beruchte Israelische inlichtingendienst Mossad en de acties van zijn dochter zijn schadelijk voor z’n carriere. Maar Omer blijft bij haar standpunten.

Sinds haar vrijlating werkt ze in een café en volgt ze acteerlessen. De afgelopen weken heeft ze regelmatig gedemonstreerd tegen de oorlog in Gaza. “Een zinloze oorlog”, vindt ze, die gevoerd wordt omdat er verkiezingen aankomen in februari. “Oorlog als de perfecte verkiezingscampagne.”

Omer zoekt toevlucht achter mijn schouders. De ogen van de man spuwen vuur. Nog steeds loopt hij achter haar aan. Nog steeds zoeken zijn handen het petitiebord. “Ho, ho, rustig aan”, hoor ik mezelf zeggen. Maar de man laat niet los. “Ze is een idioot. En jij ook. Jullie weten niet wat hier gebeurt. Hamas schiet op ons.” Omer draait om me heen om de man te ontwijken. Hij staat nu vlak bij me. Zijn hoofd wordt roder en roder. Ik begin te vrezen dat hij Omer of mij wil slaan. Inpakken maar. We gaan, zeg ik tegen cameraman Remco. Terwijl we teruglopen naar de auto blijft hij ons volgen. Vloekend, tierend, razend. “Ga maar lekker bij Hamas wonen, daar weten ze wel raad met je.” Het is oorlogstijd in Israel. En niet alleen in Gaza.