PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch wil dat straatintimidatie strafbaar wordt. Denk daarbij aan het hinderlijk volgen, sissen of het maken van ongepaste, seksuele opmerkingen. Marcouch komt vandaag met een initiatiefwet waarin dit strafbaar wordt gesteld. 

In Amsterdam zegt meer dan de helft van de vrouwen te worden geconfronteerd met straatintimidatie - van de vrouwen tussen de 15 en 34 jaar is dat zelfs meer dan 80 procent. De Amsterdamse gemeenteraad stemde toevallig vandaag over een voorstel om straatintimidatie aan te pakken. Dat is vanmiddag met een meerderheid aangenomen. De hoofdstad is daarmee de eerste Nederlandse gemeente die dit soort problematiek probeert te bestrijden.

Celstraf en boete

PvdA-Kamerlid Marcouch wil dus dat dit ook landelijk wordt geregeld. In zijn voorstel kunnen daders maximaal drie maanden celstraf krijgen of een boete van 8.200 euro. In Portugal kun je sinds vorig jaar al een gevangenisstraf krijgen voor straatintimidatie en een boete van 120 euro. Ook in België is het strafbaar, de boete daar kan oplopen tot duizend euro. 

Deze documentaire was de aanleiding om straatintimidatie in België strafbaar te stellen:

Als het aan Marcouch ligt, kunnen Nederlandse vrouwen die dit overkomt straks aangifte doen. Dat doen van aangifte kan op zich zelf nog een probleem gaan vormen. Er verschijnen namelijk geregeld verhalen over vrouwen die bijvoorbeeld zijn aangerand of verkracht, maar die zeggen dat ze bij hun aangifte niet serieus genomen worden door de politie. In sommige gevallen werden vrouwen eerder weggestuurd met veertien dagen bedenktijd.

Haalbaarheid van de wet

Daarnaast kunnen vraagtekens gezet worden bij de haalbaarheid van de initiatiefwet. Daar wordt al langer over gediscussieerd. Want hoe bewijs je dat iemand seksueel geïntimideerd is op straat? Moet je de stad volhangen met microfoons of camera’s? In EenVandaag een gesprek met hoogleraar strafrecht Peter van Koppen. Volgens hem is de uitvoering van de initiatiefwet van Marcouch niet haalbaar.

Voor de aankomende verkiezingen wordt de wet niet meer in de Kamer besproken. Verschillende organisaties en burgers kunnen eerst nog hun mening geven over de wettekst, daarna wordt die eventueel pas gestuurd naar de Raad van State voor advies.