Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie ligt weer eens onder vuur. Hij voerde gisteren een moeilijk debat over de Nederlandse rol in de Belgische aanslagen. Dit verliep allerminst vlekkeloos.

Van der Steur bleef veel antwoorden schuldig aan de Tweede Kamerleden. De onduidelijke antwoorden brachten hem in een kwetsbare positie. Ook vertelde hij dat de FBI vlak voor de aanslagen in Brussel Nederland op de hoogte had gesteld van de criminele achtergrond van de broers El Bakraoui, de Brusselse aanslagplegers. Vandaag liet hij weten dat hij een fout heeft gemaakt: de New Yorkse politie gaf deze informatie, niet de FBI.

Er wordt met verbazing en ongeloof gereageerd op deze fout door de partijleiders. Ze noemen het klungelig, een circus, pijnlijk en ontoelaatbaar.

Het is niet de eerste keer dat Van der Steur blundert. Vorige week was hij precies een jaar minister van Veiligheid en Justitie, een jaar waarin veel misging volgens terugblikken van verschillende kranten. NRC noemde hem meer mens dan minister en de Volkskrant spreekt zelfs van een rampjaar. 

Ook op social media is er kritiek:

Een imago-expert en onze politiek verslaggever Remko Theulings vertellen of Van der Steur hier nog bovenop komt.