De kritiek op de nieuwe flex- en ontslagwet van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) zwelt steeds verder aan. Werkgeversorganisaties noemen de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) ‘mislukt’. En ook de oppositie in de Tweede Kamer dringt aan op aanpassingen.

Vooral het midden- en kleinbedrijf (mkb) zucht onder de nieuwe regels. Die bepalen onder meer dat een tijdelijk contract al na twee jaar - in plaats van drie jaar voorheen - moet worden omgezet in een vast contract. En waar werkgevers onder de oude regels een tijdelijke werknemer na een ‘pauze’ van drie maanden weer opnieuw in dienst mochten nemen, is die periode verlengd met zes maanden. 

Minister Asscher hoopte dat werkgevers daarmee eerder een vast contract zouden geven. Maar acht maanden na de inwerkingtreding van de WWZ lijkt het tegendeel het geval.

Uit enquêtes van Ondernemend Nederland (ONL), de Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) en de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP) blijkt dat werkgevers juist terughoudender zijn geworden met het geven van een vast contract. Zo zegt twee derde van de bijna 300 bedrijven die mee deden aan een onderzoek van ONL dat de kans dat ze dit jaar een vast dienstverband geven kleiner is geworden door de WWZ. 

Een belangrijke reden waarom werkgevers huiverig zijn om mensen aan zich te binden is dat het door de WWZ tegelijkertijd moeilijker is geworden om mensen te ontslaan. De eisen die de rechter stelt aan een personeelsdossier zijn een stuk hoger geworden. Rechtbanken wijzen sinds de invoering van de wet beduidend meer ontslagaanvragen af. 

EenVandaag gaat op bezoek bij Marjolein Wieman, eigenares van restaurant en snackbar De Brouwerij in Vleuten. Volgens haar is de WWZ onuitvoerbaar voor kleine ondernemers. Verder een interview met voorzitter Hans Biesheuvel van ONL.

Download

Download

Download