Reinier van Zutphen, de Nationale ombudsman, windt er geen doekjes om. In zijn jaarverslag over 2021 is hij opnieuw kritisch op de rol van de overheid en de politiek. Volgens hem is het bestuur nog verder van de burger komen staan.

De ombudsman is hét orgaan waar de burger terecht kan met klachten over de overheid. Het is een laatste redmiddel: je kan daar aankloppen als je er echt niet meer uitkomt. Ombudsman Reinier van Zutphen ziet in zijn rol dus als geen ander waar het spaak loopt tussen de overheid en de burger.

'De burger kan niet wachten'

Vorig jaar presenteerde hij al een kritisch rapport, waarin hij benadrukte dat de burger klem raakt in systemen. "De overheid moet geen systemen opzetten om problemen op te lossen, maar het menselijke contact moet terug", zo stelde hij. 'Betrouwbaarheid' was daarbij het sleutelwoord.

Maar een jaar later heeft de ombudsman niet de veranderingen gezien waar hij op hoopte. Daarom heeft zijn rapport dit jaar de titel 'De burger kan niet wachten' gekregen. Vandaag presenteerde hij het aan de Tweede Kamer.

Bekijk ook

Nieuwe bestuurscultuur

"Over een nieuwe bestuurscultuur werd na de Tweede Kamerverkiezingen weinig meer vernomen", ziet hij. De ombudsman wijdt in zijn jaarverslag uit over de lange formatie. "Veel noodzakelijke ontwikkelingen kwamen in een wachtstand terecht."

Het gaat ook om de onderwerpen die 'controversieel' zijn verklaard. Dat houdt in dat een afgetreden kabinet daarmee niet aan de slag gaat, omdat ze vinden dat er eerst een nieuw kabinet moet komen. Door de lange formatie stonden die onderwerpen dus lang stil. Zo was er "onvoldoende voortgang in de hersteloperatie kinderopvangtoeslagen en bij de aanpak van de gaswinningsproblemen in Groningen en Drenthe."

Bekijk ook

Armoede door corona

De ombudsman maakt zich verder zorgen over ondernemers in een kwetsbare positie. Hij ziet dat zij al hun spaargeld hebben uitgegeven. Ook vreest hij voor mensen die op een andere manier met de langdurige gevolgen van corona te maken hebben en voor wie ontslag dreigt. "Is de overheid er nog wel voor hen, nu de urgentie van de pandemie verdwijnt?", vraagt hij zich hardop af.

"Wij hebben geconstateerd dat het aantal mensen dat niet meer mee kan doen aan de samenleving in 2021 is toegenomen", zo schrijft hij in zijn verslag. "Deze mensen dreigen na de coronacrisis voor lange tijd in armoede te vervallen. Wie eenmaal in armoede leeft, komt daar vaak heel moeilijk weer uit en wordt kwetsbaar voor andere problemen, bijvoorbeeld op het gebied van scholing, werk of huisvesting."

Bekijk ook

Afspraken nakomen

Van Zutphen ziet dat het vertrouwen van burgers in de overheid verder onder druk is komen te staan. "Om dat vertrouwen terug te winnen, moet de overheid zich betrouwbaar tonen. Simpel gezegd zal de overheid eerst zijn werk goed moeten doen." Hij hoopt op een eerlijke overheid, die niet te grote beloftes maakt, maar realistisch is en afspraken nakomt.

Hij benadrukt daarbij dat taken bij gemeenten zijn neergelegd waarmee het niet goed gaat. "Onvoldoende doordacht en met minder geld", waardoor burgers niet meer altijd goed geholpen worden.

Bekijk ook

Kritiek op 'maatwerk'

De reactie die de ombudsman vaak in Den Haag terughoort, is dat er wordt beloofd 'maatwerk' te bieden. Maar, zo stelt hij, "maatwerk is geen oplossing voor slecht beleid." Hij ziet dat het wordt gebruikt om beleid te verhullen dat in de basis niet goed is. Juist dat beleid moet volgens Van Zutphen worden aangepakt. "Het is nu tijd voor concrete daden en snelheid."

"Afgelopen jaar is niet gebruikt om te kijken wat er buiten met de burger gebeurt. Na een demissionair jaar en straks een eerste missionair jaar van dit kabinet, hoop ik volgend jaar echt oplossingen te zien voor de 95.000 kinderen van de toeslagenaffaire en voor de mensen in Groningen", zo sloot hij zijn presentatie in de Kamer af.