De Irakese zussen Anood (23) en Noor (16) krijgen na bijna 10 jaar procederen alsnog een verblijfsstatus. Hun aanvraag voor het kinderpardon werd, zoals bij negentig procent van de aanvragen gebeurt, afgewezen. Anood en Noor vonden uiteindelijk een andere juridische weg om toch te kunnen blijven, maar dat is veel andere kinderen niet gelukt. Volgens advocate Hana van Ooijen is het kinderpardon inmiddels 'een dode letter'.

"Het drong pas een week later tot me door,” vertelt Noor. Ook Anood was heel emotioneel toen ze van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hoorde dat ze in Nederland mogen blijven. “Ik moest huilen, je verwacht het niet. Na tien jaar wachten ga je altijd uit van het negatieve.”
 

Meewerkcriterium

Noor en Anood vluchten in 2008 samen met hun ouders vanuit Irak naar Nederland. Als gemengd sjiitisch-soennitisch gezin lopen zij gevaar in de Irakoorlog. In 2012 dienen zij een aanvraag in voor het kinderpardon. In 2015 blijkt dat deze wordt afgewezen om dezelfde reden als waarom het overgrote deel van de aanvragen voor het kinderpardon wordt afgewezen. Ze voldoen niet aan het zogeheten meewerkcriterium. Dat betekent dat ze niet meegewerkt hebben aan terugkeer nadat de asielaanvraag is afgewezen. Dat doen de meeste asielzoekers niet als er nog een procedure loopt.

De definitieve regeling voor kinderen die al langer in Nederland zijn, werd in 2013 ingesteld. 2140 kinderen en familieleden deden een aanvraag. Uiteindelijk kregen 30 kinderen en 90 familieleden van die kinderen een verblijfsvergunning op basis van het definitieve kinderpardon.

Gezinslocatie

Intussen zijn de zussen al volledig geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Ze spreken de taal, ze gaan allebei naar school. Terugkeren naar Irak is een schrikbeeld voor hen. Ze worden nog niet uitgezet omdat de situatie in Irak daarvoor tijdelijk te gevaarlijk wordt geacht. Wel leven Anood en Noor in onzekerheid in de gezinslocatie van het COA. Af en toe komen er vroeg in de ochtend busjes aanrijden en wordt een gezin van het bed gelicht om uitgezet te worden.

In januari interviewden we Anood en Noor over die onzekerheid en over hun hoop voor 2017:
 

Uitruil

Anood en Noor hadden net als zovelen hun hoop gesteld op het nieuwe kabinet. Begin 2017 werd een motie van ChristenUnie-kamerlid Joel Voordewind om het kinderpardon te verruimen door de Tweede Kamer aangenomen. Toenmalig staatssecretaris Dijkhoff besloot vervolgens de motie naast zich neer te leggen en een beslissing over te laten aan het nieuwe kabinet. ChristenUnie en D66, ook voor versoepeling van het kinderpardon, schoven aan de formatietafel aan. Daarmee nam de hoop toe dat er iets zou veranderen.

Dat gebeurde echter niet. “Het kinderpardon is als ruilmiddel van tafel gegaan. Toen puntje bij paaltje kwam werd er gezegd: we moeten iets laten vallen, willen we toch met deze partijen aan tafel blijven zitten,” zegt advocate Hana van Ooijen, werkzaam bij advocatenkantoor Prakken d’Oliveira. Ze heeft daar tientallen kinderpardonzaken onder haar hoede. Ook zij is teleurgesteld dat 90% van de aanvragen door kinderen die al langer dan vijf jaar in Nederland zijn, wordt afgewezen.

“De sprankjes hoop die er leken te zijn afgelopen jaar, die zijn rücksichtslos uitgedoofd. Het is wel duidelijk dat het kinderpardon zoals het er nu ligt, niet werkt. Het werd in 2013 ingesteld om er voor te zorgen dat kinderen niet de dupe kunnen zijn van het handelen van hun ouders of van instanties. Als je nu naar het kinderpardon kijkt, dan zie je dat kinderen wel de dupe zijn geworden.”

Ruimhartig

Christenunie-kamerlid Joel Voordewind beaamt dat het kinderpardon van tafel is gegaan tijdens de formatie. “Het is een compromis. Andere dingen zijn daardoor wel gelukt: kleinschalige opvang, de bed-bad-brood-regeling en meer hervestiging vanuit vluchtelingenkampen.” Maar volgens Voordewind heeft de nieuwe staatssecretaris, Mark Harbers, toegezegd het kinderpardon ruimhartig en redelijk uit te zullen voeren. “Dat moet nu blijken.”

Anood en Noor kregen toch een verblijfsvergunning omdat Anood de IND zo ver kreeg om ook naar hun verhalen te luisteren, in plaats van de aanvraag alleen te beoordelen op basis van de verklaringen van hun ouders. Nu kijken ze vooruit naar hun toekomst in Nederland. “Ik heb nu veel meer motivatie voor mijn opleiding. Ik weet nu dat ik ook echt wat kan gaan doen met mijn diploma,” zegt Anood, die biomedisch laboratoriumonderwijs studeert. Ze wonen nu nog samen met hun ouders in twee kleine kamertjes in de gezinslocatie, maar ze hopen snel te horen waar ze kunnen gaan wonen. De 23-jarige Anood blijft voorlopig nog bij haar ouders wonen: “Ik heb voor het eerst de kans om een normaal leven te leiden met mijn ouders. Ik kan nu op mijzelf gaan wonen maar ik wil eerst nog bij mijn familie zijn.”

Half december maakten een aantal BN’ers bekend veertig dagen actie te gaan voeren voor 400 asielkinderen die al lang in Nederland zijn. Hun petitie voor een ruimer kinderpardon onder de naam ‘Ze zijn al thuis’, is al meer dan 55 000 keer ondertekend.