De moordenaar van je kind tegenkomen op straat of in de supermarkt. Nabestaanden zijn het zat en willen een woonverbod voor daders in hun buurt. Stichting Slachtofferhulp en de Landelijke Organisatie voor Nabestaanden Geweldsdelicten (LOVGN) gaan onderzoek of dit juridisch haalbaar is.

Hartsteken

Slachtofferhulp ziet de worsteling van nabestaanden met de terugkeer van een dader naar hun woonomgeving als een ‘terugkerend probleem’. Doordat in het merendeel van levensdelicten daders en slachtoffers bekenden van elkaar zijn en zich in dezelfde sociale kringen begeven, gebeurt het regelmatig dat ze terugkeren naar de plaats waar ook de familie van hun slachtoffer woont. 

"Het zorgt voor een enorme onrust," aldus Jack Keijzer van LOVGN, "Mijn vrouw slaapt slecht, heeft last van hartsteken. We kunnen niet uitsluiten dat de stoppen doorslaan wanneer we de dader tegenkomen."

Den Haag

In Nederland bestaat wel een gebiedsverbod dat verdachten die op vrije voeten zijn, verbiedt in de buurt van slachtoffers te komen, maar dat geldt voor een beperkte tijd. Als de straf voorbij is, mogen daders gaan en staan waar ze willen.

Daar moet dus verandering in komen, vindt Keijzer. Samen met Slachtofferhulp is hij aan het onderzoeken of een woonverbod juridisch haalbaar is. Daarnaast staan verschillende gesprekken met kamerleden op de rol en gaan een aantal wetenschappers onderzoek doen naar dit onderwerp. Keijzer is hoopvol: "Den Haag neemt het heel serieus."