Gemeenten als Den Haag, die miljoenen euro's van het rijk ontvingen voor het opknappen van slechte wijken, weten vaak niet hoe effectief dat was. Dat blijkt uit een steekproef van EenVandaag en Omroep West.

De voormalige minister Ella Vogelaar presenteerde in 2007 een lijst van tientallen probleemwijken, die bekend werden als Vogelaarwijken. In die gebieden werden tijdens de vierde regeerperiode van premier Jan Peter Balkenende extra investeringen gedaan. Het rijk hevelde miljoenen euro's over naar gemeenten, omdat die het beste zicht hebben hoe die gelden besteed kunnen worden.

Effect

De lokale rekenkamer in Den Haag onderzocht het effect van de zogeheten Vogelaar-gelden, maar slaagde er in veel gevallen niet in de resultaten te achterhalen. Uit een rondgang van EenVandaag en Omroep West blijkt dat ook de lokale rekenkamers van steden als Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen geen idee hebben of de gelden doelmatig gebruikt zijn.

De rekenkamer van Rotterdam heeft zijdelings onderzoek gedaan naar de Vogelaar-gelden. Hun collega's in Utrecht vinden zo'n onderzoek een taak voor het rijk. De rekenkamer van Eindhoven erkent dat het inzicht ontbreekt en de Groningse rekenkamer laat weten dat het lastig is alle geldstromen vanuit het rijk te controleren.

Zorgen

Zowel de SP als PVV in de Haagse gemeenteraad maakt zich zorgen, terwijl zij de taak hebben de gelden vanuit de gemeente te controleren. De SP noemt als voorbeeld het Urbancentre, een poppodium dat dankzij Vogelaar-gelden in Den Haag Zuidwest zou komen, maar er nog altijd niet is. De zorgen onder de politieke partijen over de effecten van de gelden worden gevoed doordat steeds meer taken van het rijk worden overgeheveld naar gemeenten.

De lokale politici krijgen steun uit onverwachte hoek, de Algemene Rekenkamer. De rekenmeesters van het rijk waarschuwden in 2008 al dat er problemen dreigen met het controleren van de geldstromen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat er jaarlijks 13 miljard euro overgeheveld wordt van het rijk naar gemeenten. '10 procent daarvan is niet navolgbaar', aldus Arno Visser, waarnemend president van de Algemene Rekenkamer.

Ondersteuning

Volgens Visser maakt het niet uit wie het controleert, maar het moet wel goed gebeuren. Hij vindt dat de lokale rekenkamers meer ondersteuning moeten krijgen om hun werk goed uit te kunnen voeren. 'We hebben daar eerder onderzoek naar gedaan, maar van het resultaat wordt je niet altijd even vrolijk van', stelt de rekenmeester die voor meer personeel, budget en opleiding bij de lokale rekenkamers pleit.

Professor Henk Addink van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrechtpleit ervoor om een percentage van de subsidies die van het rijk naar lagere overheden gaan, te gebruiken voor betere controle. Ook hij vindt dat de lokale rekenkamers betere opleiding moeten krijgen voor de taken die in de toekomst op hen af komen.

Probleemwijken hard getroffen door bezuinigingen