Ze maakt grapjes, maar eigenlijk valt er niets meer te lachen. Soms begrijp ik het niet hoe Vicky de moed erin houdt. Alles is ze kwijt, het systeem kan zo oneerlijk zijn. En toch komt daar weer de lach, de kwinkslag, de hoop dat alles beter wordt. “Als je niet lacht, hou je het nooit vol.” Het is Amerikaans optimisme waar je jaloers op kunt worden.

Ik ontmoette Vicky Shreve vorig jaar voor het eerst, toen we begonnen met onze reeks verhalen in Canton, Ohio. We zochten naar iemand die ons de crisis in de Amerikaanse gezondheidzorg zou kunnen uitleggen. Vicky was 1 van de vijftig miljoen Amerikanen zonder ziektekostenverzekering en had net een hartaanval gehad. Ze wilde wel meewerken aan onze reportage.

Toen we bij haar thuis begonnen te filmen, kwamen net de ziekenhuisrekeningen binnen. Ze maakte ze open en begreep onmiddellijk dat ze failliet was. 36 duizend dollar voor de ziekenhuisopname. Vicky verdient nog geen 200 dollar per week. De emoties werden haar te veel. De hartaanval had haar er niet onder gekregen, de rekeningen nu wel.

Een jaar later staan we weer bij haar in de woonkamer. We dachten dat vorig jaar dramatisch was; het kan nog erger. De 36 duizend was het begin: de teller van doktersrekeningen en scans staat nu al op 52 duizend. Vicky staat haar dozen in te pakken, ze moet verhuizen. Haar nieuwe adres: de kelder van haar ouders. Ze is totaal berooid, maar heeft haar humor behouden. Voor de grap laat ze ons haar enige spaargeld zien: een sok met herdenkingsmuntjes, allemaal kwartjes. “Voel eens hoe zwaar”, zegt ze tegen collega Wouter Kurpershoek. “100 dollar?”, gokt hij. “Nee, man, makkelijk 110.” Ze lacht zelf het hardst om haar uitzichtloze situatie.

Waarom laat Amerika dit gebeuren? Miljoenen mensen die maar 1 ziekte verwijderd zijn van de financiele afgrond; dat moet je als overheid toch niet accepteren? Met Vicky in mijn gedachten, vind ik het onvoorstelbaar dat dit systeem zo moeilijk te veranderen is. Obama beloofde een ziektekostenverzekering voor iedereen, maar de onderhandelingen gaan uiterst langzaam. Er zijn te veel belangen, te veel partijen die dwarsliggen. De farmaceutische industrie, de doktoren, de verzekeringsmaatschappijen, de Amerikanen die via hun werk al een prima verzekering hebben. Niemand lijkt zin te hebben om iets op te geven voor ‘losers’ als Vicky.

En dan voel je je als verslaggever in Amerika even heel Europees. Dan kun je je boos maken over de scheve verdeling in dit land, het gebrek aan solidariteit. Interviews met tegenstanders van hervormingen zijn even slikken voor me. “Ik wil niet dat de overheid dit regelt, laat iedereen het zelf uitzoeken”, roept een vrouw, “ze moeten hun tv en telefoon maar verkopen als ze geen geld genoeg hebben, da’s mijn probleem niet.” Amerika, het land van individuele vrijheid, van hoge pieken, enorme dalen. Vaak vind ik dat juist zo prettig aan dit land, nu voel ik even de woede van Vicky, die zelf nooit boos lijkt te worden.

Arme Vicky wat is ze een pechvogel: ze verloor tijdelijk haar baan en dus haar verzekering. Vier weken later kreeg ze haar hartaanval en was alles wat ze opgebouwd had, in duigen gevallen. Geen vanget: een onstuitbare val. En dan sta je dus ineens met je dozen in de kelder van je ouders. Een bedompte, kleine kamer, die de gemiddelde student zou weigeren. “This is my new home.” Ik ruik de geur en de tranen springen in mijn ogen. “Ach, we moeten het nog wat opknappen”, reageert Vicky monter.

Al is ze de schlemiel in Amerika, voor mij is Vicky de held. Ze klaagt niet, ze accepteert haar lot en volhardt in haar hoop. Het wordt wel weer beter. Nee, Obama heeft nog weinig bereikt, maar dat komt wel. De Amerikaanse droom in Vicky is nog steeds niet gedoofd. Slechts 1 keer breekt ze, wordt ze wanhopig. Dat is als we vragen hoe haar leven er over vijf jaar uit ziet. Ze begint te huilen. Hopen doet ze nog dagelijks, maar echt naar de toekomst kjken? Dat kan ze niet meer aan.

Henk van der Aa

Klik hier voor de reportage die Henk van der Aa en Wouter Kurpershoek in Canton maakten.

Mijn held Vicky